Geschiedenis van de "Zwolse" familie Gelderman.
Het hier behandelde geslacht Gelderman komt in het begin van de 17e eeuw op in de stad Zwolle en meandert door de eeuwen heen. Naast dit geslacht komen in Nederland verschillende niet verwante families met de naam Gelderman voor. Deze families zijn afkomstig uit Westfalen en/of het Rijnland in de Bondsrepubliek Duitsland of uit de Veluwse plaatsen Heerde, Veessen, Vorchten en Harderwijk. Of het Zwolse patriciersgeslacht Gelderman uit één van deze streken afkomstig is, blijft ook na intensief onderzoek voorlopig onduidelijk. De enige indicatie naar het oude hertogdom Gelre is, behalve het mogelijke toponym Gelderman, het toevoegsel "Van Nimmegen", waarmee de stamvader Arent Jansz enige malen wordt vermeld.
Lange tijd is men ervan uitgegaan, dat de herkomst van de familie Gelderman gezocht moest worden in de plaats Langenberg, gelegen tussen Wuppertal en Essen in het Ruhrgebied. In 1954 beweerde de genealoog J. Goudswaard te Baarn, dat de familie Gelderman zou afstammen van de echtelieden Johan Arents (zoon van Arent Nouwelbeeck van Langenberg) en Jannigen Jans (dochter van Jan Roleffsz.), die op 9 augustus 1618 te Zwolle waren getrouwd. Goudswaard ging uit van de veronderstelling dat ene Jan Gelderman, die in 1646 namens zijn vrouw Jannigen Jans voor het schoutambt Raalte een procedure voerde over een geerfde geldvordering op Johanna Witten, weduwe van Roelof van Echten op het Relaer te Raalte, de vader moest zijn van Arent Janszoon Gelderman. Deze relatie kon tot op heden echter niet worden gelegd. Nader onderzoek door mr. E.F.G.M. Gelderman (XI) heeft aangetoond, dat een verbinding naar een familie Nouwelbeeck in Langenberg als niet bestaand moet worden afgewezen.
Tijdens een familiereünie in 1972 in Zeist werd door G.J.W. Gelderman (XF) de door hem al jaren eerder bestudeerde mogelijkheid geopperd van een mogelijke afstamming uit het Westfaalse/Twentse katholieke adellijke geslacht Van Moerbeecke. In de eerder genoemde huwelijksinschrijving zou niet Nouwelbeeck, doch Muerbeeck gelezen kunnen worden. Verondersteld werd dat de katholieke achtergrond van de echtelieden Johan Arents (Muerbeeck) en Jannigen Jans heeft geleid tot naamsverandering in de (streek)naam Gelderman. Door over te gaan naar het Protestantisme lag de weg naar een overheidsfunctie open, terwijl bovendien de familie van Moerbeecke zich in Twente in de schulden had gestoken, hetgeen tot een vertrek met de noorderzon zou hebben kunnen leiden. Steun voor deze benadering werd gezocht in het wapen van de familie Gelderman: in rood een zilveren keper, vergezeld van drie rechtsuitvliegende vogels van zilver. Helmteken een staande vogel (een zwaan) tussen een rode vlucht. Dit wapen vertoont gelijkenis met een vijftal familiewapens, die voorkomen op de Wapenkaart van de Edelen van Overijssel, zij het dat hier telkens drie zilveren merletten te zien zijn. Het wapen Van Moerbeecke vertoont in rood een staande zilveren zwaan. Koos men een verwant wapen om de katholieke Twentse achtergrond te verzwijgen?. Vooralsnog is geen sluitend bewijs van deze afstamming gevonden.
Een derde mogelijkheid waaraan gedacht wordt, is de mogelijke afstamming van Arent Jansz. Gelderman van de landschapsbode Jan Lenaertsz, van Venray. Arent Jansz. Gelderman werd in zijn plaats op 9 december 1639 tot landschapsbode benoemd. Zoals bekend, bleven sommige functies " in de Familie": in 1653 verkreeg Arent Jansz. toestemming om één van zijn zoons op te leiden tot het bode ambt. Een onderzoek in het Zwolse gemeente archief heeft een aantal opvallende gegevens over Jan Lenaerts opgeleverd. Hij was afkomstig van Venray (Gelre), werd burger van Zwolle op 6 maart 1616 en huwde in derde echt met een Jannigen Jans, weduwe van Stoffer Isserbecke, op 14 april 1629. Het feit dat Arent Jansz. Gelderman pas op 17 januari 1645 het Zwolse burgerschap verwerft, is strijdig met de veronderstelling dat hij een zoon van een Zwolse burger zou zijn. Zijn toenaam "Van Nimmegen" valt eveneens hiermee niet te combineren. Onderzoek naar enkele Arent Jansz van Nimmegen's heeft geen nieuw licht op diens afstamming kunnen werpen. Het onderzoek richt zich thans op een mogelijke afstamming uit een gegoede boerenfamilie op de Veluwe.
Als stamvader van de Zwolse familie Gelderman wordt Arent Jansz. Gelderman (ca.1620 1669) beschouwd. Vermoedelijk was hij degene die in 1638 door een onbekende Amsterdamse meester een puntschotel met familiewapen liet vervaardigen. Ruim een jaar later volgde op 9 december 1639 zijn benoeming tot landschapsbode van de Staten van Overijssel. Hij huwde te Zwolle op 10 mei 1640 met Wllemtijn Egberts, dochter van Egbert Hermens en Geertien Willems. In 1643 kocht hij een huis in de Walstraat. Sinds dat jaar voerde hij de familienaam Gelderman.
In 1675 ontving de landschapsbode Egbert Gelderman (1648 1711) uit handen van stadhouder Willem III zijn benoeming tot kamerbewaarder van de Staten van Overijssel, waarna hij vermoedelijk zijn dienstwoning in "Het Kollegie" aan de Blijmarkt betrok. In 1681 werd hij aangesteld tot vaandrig, later (1706) tot hopman van het burgerregiment. Van 1681 tot zijn overlijden in 1711 maaktte hij deel uit van de Gezworen Gemeente van Zwolle. Hij werd in 1674 diaken en in 1683 ouderling van de Nederduits Gereformeerde Gemeente van Zwolle. Zijn eerste huwelijk werd gesloten in 1667 met Anna Aalts Jansdr. dochter van de stadsmid Jan Aaltsen van Hattum en Sophia van Ulsen, terwijl in 1682 te Windesheim een tweede echtverbintenis met Elisabeth Scriverius, dochter van de predikant Samuel Scriverius en Jacoba Jansdr. plaatsvond. Ter gelegenheid van deze gebeurtenis werd een wijn of bierpul van blauw aardewerk met zilveren deksel en voorzien van het alliantiewapen Gelderman/Scriverius vervaardigd, die nog steeds in het bezit van de familie Geldernan is. Uit het eerste huwelijk werden zeven kinderen geboren, waaronder een zoon Arnoldus. Het tweede huwelijk werd gezegend met twee zoons, die echter jong overlijden.
Arnoldus Gelderman (1677 1757) werd in 1704 als plv. kamerbewaarder aangesteld. Na het overlijden van zijn vader Egbert werd Arnoldus Gelderman kamerbewaarder, terwijl hij in 1715 tot klerk van de Staten van Overijssel werd benoemd. Deze functie vervulde hij tot 1722. Net als zijn vader bekleedde hij de functies van vaandrig en later hopman bij het Burgerregiment. In 1717 volgde zijn benoeming tot ontvanger van het Enssergeld. In 1722 overlijden twee leden van de Zwolse magistraat. De Staten van Overijssel verleenden Arnoldus Gelderman ontslag als klerk en onthieven hem van het verbod om zitting te nemen in de magistraten van de drie IJsselsteden. Arnoldus Gelderman werd in 1723 tot lid van de Zwolse Magistraat gekozen. Hiermee komt er een voorlopig einde aan een periode van ruim 80 jaar, waarin leden van de familie Gelderman de provinciale ambten van boden, kamerbewaarders en klerken hebben vervuld. Met Arnoldus Gelderman ging de familie deel uit maken van de kring van regenten. Het is de hoogste positie die een burger in een stad kon bereiken en opent de weg naar lucratieve ambten in de gewestelijke politiek. In 1724 slaagde Arnoldus Gelderman erin zijn aanzien en invloed aanmerkelijk te vergroten, want hij werd gekozen tot Gedeputeerde van de Staten van Overijssel. Een grote sprong vooruit; van staande voor naar zittend achter de provinciale bestuurstafel! De lucratiefste post bereikte Arnoldus Gelderman in 1756. Toen werd hij benoemd tot Gedeputeerde in de Oost Indische Compagnie, kamer Delft. Deze functie vervulde hij tot zijn overlijden in 1757. Uit zijn in 1699 gesloten huwelijk met Petronella Ulger (1677 1762), dochter van de hopman Lubbert Ulger en Johanna Gerritsdr. van Enschede, werden drie dochters en drie zonen geboren, te weten Egbert, Samuel Johannes en Willem Gerrit.
De ongehuwde jongste zoon Willem Gerrit Gelderman (1711 1773) volgde zijn vader en broers op in hun functies bij de Staten van Overijssel en het burgerregiment. Met zijn kinderloos overlijden in 1773 komt er definitief een einde aan een periode van 134 jaar (1639 1773), waarin leden van de familie Gelderman bovengenoemde functies hebben bekleed.
Voor Samuel Johannes Gelderman (1706 1748) was de weg naar een magistraatspositie afgesneden, zolang zijn vader Arnoldus in de magistraat van Zwolle zitting had. Een vader en een zoon mochten niet tegelijkertijd in de magistraat zitting hebben. Na het voltooien van de Latijnse School (1717 1722) koos Samuel Johannes Gelderman in 1725 voor een rechtenstudie aan de Universiteit van Utrecht. Hij promoveerde te Utrecht in 1727 op een proefschrift over het vrijwillig afstaan van goederen en vestigde zich als advocaat te Zwolle. In 1732 werd hij aangesteld als derde secretaris van de stad Zwolle. Door een gelukkig toeval mocht hij zich binnen een jaar al oudste stadssecretaris noemen. De oudste stadssecretaris was de hoogste stedelijke ambtenaar, werkzaam met en naast de stadsbestuurders. Een sociaal hoge en financieel comfortabele positie was hiermee bereikt. Ambtelijk ging het hem voor de wind. Een gelukkig gezinsleven was echter niet voor hem weggelegd. Het huwelijk in 1742 met Engelina Johanna Kymmell (1711 1747), dochter van de Drentse landdaggedeputeerde Wolter Kymmell en Susanna Christina Wilmsonn, verbeterde zijn sociale positie aanmerkelijk. Het huwelijk bleef echter kinderloos en beiden stierven op jonge leeftijd.
Ook Egbert Gelderman (1701 1752) heeft nooit op het regeringskussen van de stad Zwolle plaats mogen nemen. Als opvolger van zijn vader Arnoldus werd Egbert Gelderman tot kamerbewaarder en later tot klerk van de Staten van Overijssel benoemd. Ook was hij vaandrig en hopman bij het burgerregiment. Tevens was hij ouderling van de Grote of St. Michaelkerk geweest. Vlak voor zijn dood in 1752 erfde hij van zijn tante Willemina Ridder Gelderman de buitenplaats Zalne te Zwollerkerspel. Hij huwde in 1740 te Meppel met Johanna Geertruidt van der Woude (1714 1775), dochter van de Meppelse advocaat en Landdaggedeputeerde Gerrit Hendrik van der Woude en Christina ten Wolde. Er werden uit dit huwelijk vier kinderen geboren, te weten Arnoldus, Gerrit Hendrik, Petronella Johanna en Christiaan Arnoldus. De laatste drie kinderen stierven op jonge leeftijd. Na het overlijden van zijn vader in 1752 rustte op de 9 jarige Arnoldus de taak om het geslacht Gelderman voort te zetten.
Arnoldus Gelderman (1743 1796) studeerde rechten te Utrecht en promoveerde aldaar in 1765. Evenals zijn grootvader Arnoldus Gelderman werd hij lid van de Zwolse magistraat (1779). Tijdens de roerige en maatschappelijk bewogen jaren tussen 1787 en 1795 koos hij de zijde van de Patriotten. Gedurende een aantal maanden maaktte hij in 1795 deel uit van de Provisionele Representanten. Hij huwde in 1777 met Arnoldina Aleyda Thomassen a Theussink (1758 1832), dochter van de garnizoenscommandant Joost Pieter Thomassen a Thuessink en Johanna Muntz. Uit dit huwelijk werd slechts één zoon geboren, die de naam van grootvader Egbert ontving.
De jonge veelbelovende Egbert Gelderman (1787 1815) volgde van 1801 tot 1805 de Latijnse School te Zwolle, studeerde aan de Universiteit te Groningen (1805 1808) en promoveerde aldaar tot doctor in de rechten. Leerde tijdens zijn studentenleven de vijf jaar oudere jonkvrouwe Edzardina Jacoba Lewe van Middelstum (1782 1855) kennen. Zij was een dochter van Jhr.mr. Egbert Lewe van Middelstum, griffier van de Staten van Groningen en lid van het Wetgevend Lichaam van de Bataafsche Republiek, en Christina Elisabeth Wolthers. Na hun huwelijk, dat in 1807 te Groningen gesloten werd, vestigde het jonge paar zich op huize Zalne, dat ze Landwijk gaan noemen, te Zwollerkerspel. Egbert Gelderman begon een advocatenpraktijk en werd in 1812 verwalter scholtus van de gemeente Zwollerkerspel. Het huwelijk werd gezegend met vier zonen, te weten Arnoldus, Egbert, Willem Arnold Hendrik en wederom een Egbert. De kinderen met de naam Egbert stierven op jonge leeftijd. Vanaf 1812 namen de problemen in het huwelijk toe. Het vroegtijdig overlijden van Egbert Gelderman voorkwam een echtscheidingsprocedure. De jonge weduwe vertrok met haar kinderen naar Groningen. De Zwolse goederen werden beheerd door neef mr. W. Tobias. Na een verblijf van bijna twee eeuwen verdwijnt de familie Gelderman uit Zwolle en worden de banden met Zwolle verbroken.
De nakomelingen van Egbert Gelderman, te weten Arnoldus Gelderman (1808 1867) en Willem Arnold Hendrik Gelderman (1811 1885) zijn de stamvaders van twee takken geworden, waarvan in de 19e en 20e eeuw leden hoge posities als legerofficier of burgemeester van een plattelandsgemeente hebben bekleed. Pas in de 20e eeuw worden andere beroepen uitgeoefend. In 1908 en 1937 werden rekesten van C.H.S.G. Gelderman (VIII.D) en A.W.E. Gelderman (IX.B) om de familie Gelderman in de Nederlandse Adelstand te verheffen afgewezen.
In juli 1966 werd op verzoek van E.F.G.M. Gelderman door J.M.F.IJsseling, adj. gemeente archivaris van Breda, een voorlopige inventaris vervaardigd op het familie archief Gelderman(16e 20e eeuw), dat zich toen bevond ten huize van zijn ouders te Breda. De bescheiden hadden voornamelijk betrekking op leden van de familie Gelderman. Door mr. E.F.G.M.Gelderman werd in 1975 besloten tot een tijdelijke deponering van enkele bescheiden uit het familie archief Gelderman in het gemeente archief van Zwolle. Dit leidde ertoe, dat in 1976 ook de resterende archiefbescheiden naar het gemeente archief van Zwolle werden overgebracht. Op 5 oktober 1976 werd een overeenkomst van inbewaringgeving opgesteld. De bewaring werd aangegaan voor een periode van 10 jaar. Afgesproken werd, dat het familie archief zou worden geinventariseerd en dat de bewaargever zou trachten elders berustende gedeelten van het familie- archief op te sporen en eveneens over te dragen. Met de inventarisatie werd een begin gemaakt in 1980. Een beschrijving en voorlopige ordening kwam in 1982 gereed. Aanvullingen op het familie archief werden in de jaren 1980, 1982, 1988 en 1989 naar het gemeente archief overgebracht. Op grond hiervan werd op 22 november 1988 met de in 1987 opgerichte stichting " Familie archief en Collectie Gelderman " een nieuwe overeenkomst van inbewaringgeving opgesteld. Deze overeenkomst verving eerder aangegane overeenkomsten. Bepaald werd ondermeer, dat stukken jonger dan 50 jaar niet ter inzage worden gegeven. In de loop van 1989 werd besloten het familie archief (15m') definitief te inventariseren.
Naast bescheiden van leden van de familie Gelderman en hun aanverwante families bevat het familie archief een tweetal specifieke bestanden:
1. De archivalia Van Rhijn.
Het gaat hier om archiefbescheiden van leden van de familie Queysen en daaraan verwante families Assinck, Van Muyden, Van Lochteren Stakebrant, Van Sonsbeeck en De Huybert enerzijds en archiefbescheiden van leden van de familie Van Rhijn en daaraan verwante families Greven en Nilant anderzijds. Na het overlijden van Rixtelina Queysen kwam een deel van het bestand Queysen in 1934 door vererving in het bezit van Mw. A.M. Gelderman Van Rhijn, echtgenote van W.A.H. Gelderman. De bescheiden betreffende de familie Van Rhijn waren na het overlijden van haar vader G.J.W. van Rhijn (1824 1901) in haar bezit gekomen. Dit bestand vererfde vervolgens op G.J.W. Gelderman (1904 1980). Diens weduwe besloot na overleg met mr. E.F.G.M. Gelderman om de door haar man beheerde archiefbescheiden Gelderman en Van Rhijn te voegen bij het familiearchief Gelderman in het gemeente archief te Zwolle. In 1981 werd door de heer en mevrouw Vriesendorp Gelderman te Dordrecht een familie archief Queysen aan het gemeente archief van Zwolle geschonken.Dat bestand bevatte archiefbescheiden van leden van de familie Queysen en aanverwante families Scriverius, de Huybert en (Van Lochteren) Stakebrant over de jaren 1638 1834. Archieftechnisch maken zij echter deel uit van het famile archief Queysen dat door Mw. A.M. Gelderman Van Rhijn werd verworven. Vandaar dat deze archiefbescheiden daaronder zijn gerangschikt en derhalve ook in deze inventaris zijn opgenomen.
2. De Bibliotheek.
In de loop van 1988/1989 zijn een groot aantal boeken naar het gemeentearchief overgebracht. Zij zijn merendeels door vererving in het bezit van mr. E.F.G.M. Gelderman gekomen en bevatten voornamelijk juridische, geschiedkundige en literaire werken, die toebehoord hebben aan J.B. van Son en leden van de families Gelderman, Kolfschoten en Verheyen.
Verantwoording van de inventarisatie.
Het familie archief en de collectie Gelderman kent een omvang van 7m archiefbescheiden en 8 m bibliotheek, terwijl als beginjaar 1532 geldt en als eindjaar 1988 is gekozen. Met het familie-archief is in de loop der jaren verschillend omgegaan. Veelal echter werden de archiefbescheiden in blikken trommels, houten kisten of verhuisdozen bewaard. Tijdens de inventarisatieperiodes in 1966, 1980 1982 en 1988/89 moest worden geconstateerd, dat het merendeel der archiefbescheiden zich in omslagen, enveloppen of katernen bevond, waarop dan de naam van het betrokken familielid genoteerd stond. Daarnaast kwamen er uiteraard een groot aantal losse stukken, delen of banden voor. Een zekere mate van serievorming vond plaats bij de genealogische dossiers van J.M. van Rhijn, G.J.W. Gelderman en mr. E.F.G.M. Gelderman. Deze series zijn gehandhaafd en alfabetisch geordend. S.L.J. Queysen (1821 1887) heeft rond 1850 een index getiteld "korte inhoud van familiepapieren" vervaardigd. Het betrof een 34 tal genummerde brieven en aankondigingen over de jaren 16871849, die via vererving bij S.L.J. Queysen terecht waren gekomen. Deze brieven bevatten veel genealogische gegevens en waren door hem samengevoegd, teneinde er een genealogie uit samen te stellen, hetgeen echter niet geschied is. Besloten is daarom deze brieven volgens het bestemmingsbeginsel te herplaatsen. Een oude, oorspronkelijke ordening is niet aangetroffen. Vandaar dat gekozen is voor een driedeling:
1. Archiefbescheiden van leden van de familie Gelderman: Gekozen is voor een indeling naar generaties, die zijn aangegeven door een romeins cijfer. Voorts is een onderverdeling gemaakt ter bevordering van de overzichtelijkheid , waardoor de nakomelingen van de oudere tak (Arnoldus Gelderman (VIIA) en die van de jongere tak (Willem Arnold Hendrik Gelderman (VIIB) beter van elkaar te onderscheiden zijn. De leden van de familie Gelderman zijn binnen de generaties geordend op geboortejaren en voorzien van een letteraanduiding. Van Arent Jansz. Gelderman (I) zijn geen archiefbescheiden overgeleverd, vandaar dat de inventaris begint met Egbert Gelderman (II).
2. Archiefbescheiden van leden van aanverwante families: De aanverwante families zijn ondergebracht in drie groepen. Groep A bevat de families die direct door huwelijk verwant zijn aan de familie Gelderman, met uitzondering van de familie Van Rhijn; groep B bevat de families die verwant zijn aan de familie Van Rhijn en groep C bestaat uit families die gelieerd zijn met de familie Queysen. Tevens is een generatiegewijze indeling gevolgd. Opvallend is wederom het vrijwel volledig ontbreken van stukken van zakelijke aard.
3. Stukken waaruit het verband met de archieven niet blijkt: Getracht is deze groep zo klein mogelijk te houden. Uiteindelijk bleek het niet mogelijk om de nog resterende archiefbescheiden ergens onder te brengen. Van sommige archiefbescheiden blijft de plaatsing in deze afdeling arbitrair.
Wanneer van een familielid meer dan 5 archiefbescheiden aanwezig zijn is in de meeste gevallen een verdere rubrieksgewijze indeling gehanteerd. Daarbij is een onderscheid gemaakt in:
a. persoonlijk leven
b. ambtelijk leven
c. zakelijk leven
De subrubriek "persoonlijk leven" is slechts bij mr. E.F.G.M. Gelderman (XI) en G.J.W. Gelderman (XF) nader onderverdeeld in algemeen en bijzonder. De subrubriek "ambtelijk leven" is indien nodig verder naar functie onderverdeeld. Opgemerkt dient te worden, dat de subrubriek "zakelijk leven" slechts in een aantal gevallen van toepassing is. Het bleek zodoende niet nodig een aparte afdeling "stukken van zakelijke aard" te creeren, aangezien het merendeel van de stukken betrekking had op persoonlijk en ambtelijk leven. Eveneens kon een aparte afdeling "stukken van genealogische en heraldische aard" achterwege blijven. De genealogische dossiers vormden vaak een belangrijk onderdeel van de overgeleverde persoonlijke archiefjes. Zodoende zijn deze dossiers bij het betreffende familielid geplaatst.
De afwikkeling van een nalatenschap is geplaatst of onder de legataris of onder de executeurtestamentair en derhalve niet onder de overledene, tenzij een van de echtgenoten later overleed dan de ander.
Gedichten, foto's en verzamelde krante artikelen zijn niet geplaatst in een aparte (sub)rubriek Documentatie. Gelet op het geringe aantal archiefbescheiden dat per familielid is overgeleverd, is ervoor gekozen dat materiaal bij het desbetreffende familielid onder te brengen.
Er wordt op gewezen, dat de asteriksen, die voor enkele archiefbescheiden Queysen geplaatst zijn, erop duiden, dat die omschrijvingen archiefbescheiden betreffen die door de heer en mevrouw Vriesendorp Gelderman te Dordrecht in 1981 aan het gemeente archief van Zwolle zijn geschonken, zulks in tegenstelling tot de overige archiefbescheiden die inbewaring zijn gegeven.
De bibliotheek van de familie Gelderman en aanverwante families is geplaatst als "collectie Gelderman" in de bibliotheek van het gemeente archief. Besloten is deze catalogus in de inventaris op te nemen om zodoende het verband met de archiefbescheiden van de familie niet te verbreken. De boekwerken hebben echter in de inventaris geen specifieke inventarisnummer gekregen. Deze catalogus zal ook in de standcatalogus van de bibliotheek van het gemeente archief worden opgenomen. Voor nadere informatie wordt verwezen naar de toelichting op de catalogus. In de persoons en plaatsnamenindex zijn de namen van personen en plaatsen opgenomen, die in de archiefomschrijvingen en titelbeschrijvingen voorkomen. In de inventaris zijn geen archiefbe- scheiden opgenomen van generaties, die zijn geboren na 1940, met uitzondering van mr. E.F.G.M. Gelderman. Deze archiefbescheiden zullen te zijner tijd bij het familie archief worden gevoegd. Uit het archief zijn geen archiefbescheiden vernietigd; deze zijn aan de bewaargever geretourneerd.
Archiefbescheiden van leden van de familie Gelderman.
|
II. |
|
|
|
(1) Anna Aaltsen (1641 1681) |
|
|
(2) Elisabeth Scriverius (1660 1715) |
|
|
|
|
1. |
Rekwest aan de Staten van Overijssel met het verzoek om zijn zoon Arnoldus Gelderman tot plv.kamerbewaarder aan te stellen, 1704. 1 stuk |
|
III. |
|
|
|
Petronella Ulger (1677 1762) |
|
|
|
|
2. |
Brief aan H. Royer, griffier van de Staten van Overijssel, inzake het wegens ziekte niet kunnen bijwonen van de Statenvergadering te Kampen, 1709, afschrift. 1 stuk. |
|
3. |
Resolutie van de Staten van Overijssel, waarin Arnoldus Gelderman ontheffing wordt verleend van het verbod om zitting te nemen in de magistraat van de steden van Overijssel, 1711, afschrift. 1 stuk. |
|
4. |
Register, bevattende de generale petitie der Consenten en Staten van Oorlog, 1712 1724, afschrift. 1 deel. |
|
5. |
Resolutie van de Staten van Overijssel, waarin aan Arnoldus Gelderman ontslag wordt verleend, onder gelijktijdige aanstelling van Egbert en Samuel Johannes Gelderman tot respectievelijk klerk en kamerbewaarder, 1722, afschrift. 1 stuk. |
|
6. |
Register, bevattende een overzicht van de havezathen in de drie kwartieren van Overijssel, alsmede lijsten van edelen en regenten van Deventer, Kampen en Zwolle, die de vergaderingen van de Staten van Overijssel bijwonen, 1724 1728. 1 deel. |
|
7. |
Stukken betreffende de benoeming tot Gedeputeerde in de Oost Indische Compagnie, kamer Delft, 1756. 1 omslag. |
|
8. |
Brieven van S.J. Scriverius, L.G.Rouse en Baron van Heiden, bevattende felicitaties inzake de benoeming tot Gedeputeerde in de Oost Indische Compagnie, 1756. 1 omslag. |
|
9. |
Stukken betreffende de uitbetaling van het (achterstallige) tractement, 1757 1759. 1 omslag. |
|
10. |
Aantekeningen inzake de inkomsten van een Raad ter Admiraliteit van WestFriesland en het Noorderkwartier, [18e eeuw]. 1 stuk. |
|
11. |
Register, bevattende de namen van burgemeesters, schepenen, raden, keurnoten, meenslieden en schouten van Zwolle, alsmede van door Zwolle afgevaardigde leden naar de Staten Generaal,Raad van State, Algemene Rekenkamer, Admiraliteit van Amsterdam en Rotterdam en de Oost Indische Compagnie over de jaren 1308 1744, [18e eeuw]. 1 deel. |
|
12. |
Rekwest van leden van het Burgerregiment aan het stadsbestuur inzake de wijze waarop een vacature van hopman is vervuld, met retroacta 1685,1696, [18e eeuw]. 1 omslag. |
|
13. |
Repertorium op de resoluties van Schepenen en Raden van Zwolle over de jaren 1555 1747, [18e eeuw]. 1 deel. |
|
IV.A. |
|
|
|
Johanna Geertruidt van der Woude (1714 1775) |
|
|
|
|
14. |
Stukken betreffende een geschil tussen E. Marienburg en E.Gelderman enerzijds en H. Hallegraf anderzijds inzake de rang en plaats van ouderlingen, met retroacta 1657, 1735. 1 omslag. |
|
15. |
Register, bevattende de rekening van de ontvangsten en uitgaven van de trom en klapwakersgelden, 1748 1752. 1 deel. |
|
16. |
Kwitanties van huishoudelijke en belastingtechnische aard, 1755 1763. 1 omslag. |
|
17. |
Ingekomen brieven, 1760, 1763. 1 omslag. |
|
18. |
Stukken betreffende de verkoop van sieraden en meubelen van J. van Lill ter voldoening van diens schulden, 1768, 1769. 1 omslag. |
|
IV.B. |
|
|
|
Engelina Johanna Kymmell (1711 1747) |
|
|
|
|
a. |
|
|
19. |
Gedicht, opgesteld door R.Bouhoff, op het huwelijk van Samuel Johannes Gelderman en Engelina Johanna Kymmell, 1742. 1 stuk. |
|
20. |
Akte van volmacht voor Samuel Johannes Gelderman om namens Willemina Gelderman, weduwe van Egbert Ridder, beleend te worden met huize Salne, zes morgen land, de katerstede Watermans en het erve Ten Busch, 1742, afschrift. 1 stuk. |
|
21. |
Nota van de advocaat W. van Arnhem inzake de vererving van goederen uit een kinderloos huwelijk, 1745. 1 katern. |
|
22. |
Catalogus van de veiling van de bibliotheek van Samuel Johannes Gelderman, 1749. 1 deel. |
|
b. |
|
|
|
Officier bij het Burgerregiment |
|
23. |
Resolutie der stad Zwolle inzake de aanstelling tot vaandrig van het burgerregiment, 1723, afschrift. 1 stuk. |
|
|
Ontvanger van het Enssergeld |
|
24. |
Rekening van het Enssergeld, 1717 1748. 1 deel. |
|
25. |
Rekwest inzake de aanstelling tot ontvanger van het Enssergeld, met appointement, 1724. 1 stuk. |
|
|
Kamerbewaarder van de Staten van Overijssel |
|
26. |
Stukken betreffende het verkrijgen van toestemming om de studie te voltooien en de functie van kamerbewaarder te laten waarnemen, 1724, 1727. 1 omslag. |
|
|
Advocaat en procureur |
|
27. |
Stukken betreffende het geschil tussen A.Slegt, koopman te Rotterdam, en P. Oedekerke, inzake de betaling van geleverde wijnen, 1730, 1731. 1 omslag. |
|
28. |
Stukken betreffende het geschil tussen J. Dupuy Varsavan, burger van Doornik, en de wed. Allarts, als erfgename van J.K. Stendel, inzake verschuldigde gelden, 1730, 1731. 1 omslag. |
|
29. |
Akten, waarbij de stadsbesturen van Almelo en Zwolle verklaren, dat A. ten Braake en L. ten Bruggencate procuratie hebben verleend aan Samuel Johannes Gelderman om hen te vertegenwoordigen in hun geschil met de ontvanger Van Muijden, 1730, 1731. 2 stukken. |
|
30. |
Akte, waarbij het stadsbestuur van Oldenzaal verklaart, dat G. Mommels, koopman te Oldenzaal, aan Samuel Johannes Gelderman procuratie verleent om hem te vertegenwoordigen, 1731. 1 stuk. |
|
31. |
Rekwest namens C. van den Berg, R. Rerinck en A. van Mechelen, stokers en branders, aan het stadsbestuur van Zwolle om tegen de pachters van de brandewijn en gebrande wateren op te treden, 1731, minuut. 1 stuk. |
|
32. |
Rekwest, namens de Zwolse voerlieden, aan het stadsbestuur van Zwolle, inzake het vervoer van passagiers door voerlieden uit Groningen naar Deventer, 1731, minuut. 1 stuk. |
|
33. |
Stukken betreffende het geschil tussen E. Bronshooven en L. Broekhuis inzake verschuldigde arbeidslonen, 1731, 1732. 1 omslag. |
|
34. |
Nota inzake de bestraffing van Janna Jans vanwege de diefstal van een koe onder Holten, 1746. 1 stuk. |
|
|
Stadssecretaris van Zwolle |
|
35. |
Register van presentiegelden van secretarissen, schepenen en raden, 1732 1745. 1 deel. |
|
36. |
Bekendmaking van het stadsbestuur van Zwolle inzake het reglement en de ordonnantie op de levering van doodskisten, 1732. 1 stuk. |
|
|
N.B. Gedrukt. |
|
37. |
Jaarrekening van de stad Zwolle, 1734. 1 omslag. |
|
|
N.B. Concept, fragment, bevat de fol. 31 70. |
|
38. |
Register, bevattende uittreksels uit een deductie van de drie steden tegen de Staten van Overijssel inzake hun privileges, 1737, afschrift. 1 deel. |
|
39. |
Resoluties van schepenen en raden van Zwolle, 1741, 1742, afschriften. 1 omslag. |
|
40. |
Register, bevattende aantekeningen over de jaren 1395 1741 inzake het recht van Zwolle op het Zwartewater en de visserij in de Zuiderzee, 1741, afschrift. 1 deel. |
|
41. |
Resolutie der stad Zwolle inzake het dienstverband en de beloning van dienstboden, met retroacta 1696 en 1697, 1742, afschriften. 1 omslag. |
|
42. |
Resoluties van de Staten van Overijssel inzake de verheffing van prins Willem IV tot stadhouder van Overijssel, 1747, afschriften. 1 omslag. |
|
43. |
Resoluties van de Staten van Holland en West Friesland inzake de aanval van Franse troepen op Staats Vlaanderen, 1747, afschriften. 1 omslag. |
|
44. |
Brieven van A.Hoijman te 's Gravenhage aan Samuel Johannes Gelderman, 1747, 1748. 1 omslag. |
|
45. |
Stukken betreffende de bekendmaking van de geboorte van de prins van OranjeNassau, 1748. 2 stukken. |
|
46. |
Resolutie van de Staten van Overijssel over de jaren 1708 1727 inzake de rekeningen van uitgaven tijdens de verpachting van de Generale Middelen, [18e eeuw], afschrift. 1 katern. |
|
47. |
Resoluties van de Staten van Overijssel over 1625 en 1629 inzake de achtergelaten onroerende goederen van vreemdelingen, [18e eeuw], afschrift. 1 stuk. |
|
48. |
"Ecclesiatyque Zaken", register, bevattende extracten van handelingen van de kerkeraad, van besprekingen van kerkelijke wetten, van resoluties van de Classis en de Synode, de Magistraat van Zwolle en de Staten van Overijssel inzake kerkelijke aangelegenheden over de jaren 1657 1742, met index, [18e eeuw], afschrift. 1 deel. |
|
|
N.B. Bevat op fol.172 een lijst van predikanten, ouderlingen en diakenen over de jaren 1670 1744. |
|
49. |
Lijst met namen van burgemeesters, schepenen en raden van Zwolle over de jaren 1672 1703, [18e eeuw]. 1 katern. |
|
50. |
Repertorium op de resoluties van de Staten van Overijssel over de jaren 1650 1751, [18e eeuw]. 1 deel. |
|
51. |
"Criminele Sententien", register, bevattende de namen van veroordeelde personen, hun overtredingen of misdrijven en opgelegde vonnissen over de jaren 1571 1739, [18e eeuw]. 1 deel. |
|
IV.C. |
|
|
|
|
|
a. |
|
|
52. |
Akte, waarbij burgemeesters, schepenen en raden van Zwolle aan I. Abrams, slager te Zwolle, toestemming verlenen om de van Willem Gerrit Gelderman aangekochte ossen te verschepen naar Amsterdam, 1744, afschrift. 1 stuk. |
|
53. |
Gedicht, opgesteld door C.W. Eekhout, op de verjaardag van Willem Gerrit Gelderman, 1751. 1 stuk. |
|
B. |
|
|
|
Officier bij het Burgerregiment |
|
54. |
Resolutie der stad Zwolle inzake de aanstelling tot vaandrig van het Burgerregiment, 1732, afschrift. 1 stuk. |
|
55. |
Resolutie der stad Zwolle inzake de verzorging van de wacht door het Burgerregiment na het vertrek van de militairen van het garnizoen, 1744, afschrift. 1 stuk. |
|
56. |
Resolutie der stad Zwolle inzake de aanstelling tot hopman van het Burgerregiment, 1752, afschrift. 1 stuk. |
|
57. |
Register, bevattende de rekening van de trommel en klapwakersgelden, 1752 1773. 1 deel. |
|
58. |
Resolutie der stad Zwolle, waarbij aan de hopluiden van het Burgerregiment wordt verzocht hun rekeningen te laten afhoren, 1753, afschrift. 1 stuk. |
|
59. |
Rekwest aan burgemeesters,schepenen en raden van Zwolle om uit een drietal personen een nieuwe klapwaker aan te stellen, 1761. 1 stuk. |
|
60. |
Kwitanties betreffende de uitgaven van het Burgerregiment, 1772, 1773. 1 omslag. |
|
61. |
Kwitantie betreffende het hopmanstractement, 1773. 1 stuk. |
|
62. |
Register, bevattende afschriften van resoluties van schepenen en raden van Zwolle en ordonnanties over de jaren 1578 1750 inzake het Burgerregiment, [18e eeuw]. 1 band. |
|
|
Kamerbewaarder van de Staten van Overijssel |
|
63. |
Register, bevattende afschriften van resoluties, instructies en eedformulieren voor gecommitteerden en ambtenaren van de Staten van Overijssel over de jaren 1610 1706, met aanvullingen tot 1770, 1706. 1 deel. |
|
64. |
Resolutie van de Staten van Overijssel inzake het afhoren van de rekeningen van de kamerbewaarder Willem Gerrit Gelderman, 1766, afschrift. 1 stuk. |
|
65. |
Briefwisseling tussen de stadhouder Willem V en de Staten van Overijssel, 1768 1770, afschriften. 1 omslag. |