[ Repertorium ] [ Inhoudsopgave ] [ Drenthe ]
[ Schultambt RUINEN ]

Zoek Help

1698. Schultambt RUINEN

[ Volgende leen ]

Die daghelix gherechte to Runen, to Buddincwolde, Hakeswolde ende ter Bulynghe myt horen toebehoren.

** "Lijst leenmannen", blz. 775.

In BA1 is "daghelix" doorgehaald maar onderstippeld; in BA2 fol 77 ontbreekt dat woord. Buddingwolde en Hakeswolde lagen in het kerspel Blijdenstein, gemeente Ruinerwold, Ter Bulynghe in het kerspel Staphorst. Vergelijk de nrs. 1704 en 1308.

Z.d. [1379-1382] (BA1 fol 73)

Aernd Huys.

1394 apr 29 (BB fol 12)

Arnd Huijs van Runen.

* Die gerichte toe Runen, to Buddeingwolde, toe Hakeswolde ende ter Bulincge mit al hoeren toebehoeren, gelegen in den lande van Drenthe.

1397 mei 2 (BB fol 12)

Johannes de Runen na de dood van zijn vader Arnd Huijs van Runen.

... [1397-1423] jul 11 (BB fol 12v)

Johanna, dochter van Johan van Runen, onmondig, "ende Mechtelt, hoir moeder, mombersche wyse", na de dood van Johanna's vader. Hulder Johan van ... .

** In de datering ontbreekt het jaartal. Voor de achternaam van de hulder is ruimte opengelaten.

De van omstreeks 1417 daterende naamtafel van beleende personen voorin het protocol BB noemt geen van de tussen 1393 en 1423 met nr. 1698 beleenden.

1434 sep 13 (OC fol 40v)

Johanna van Runen, vrouw van Beernt van Munster, zoals haar vader Johan van Runen en zijn voorvaderen daarmee waren beleend. Hul-der ... .

* Die heerlicheit van Runen, hoghe ende leghe, myt allen hoeren toebehoeren.

1444 jun 20 (BC fol 40v)

Johanna van Runen. Hulder haar man Roelof van Laer.

1457 apr 21 (BB fol 19v)

Johanna van Ruynen. Hulder haar man Roelef van Laer.

1465 mei 27 (BD fol 74 en 75)

Johanna van Ruynen, nadat de bisschop de heerlijkheid aan zich had getrokken, omdat "onse lieve neve Johan, greve ter Hoye" door Johan van Monster "boven onse gevrede" gevangen was gehouden, waarover "sekere dedinge ende compositie" was gemaakt. Hulder haar man Roelef van Laer.

1478 jun 3 (BD fol 125)

Henric van Munster na de dood van zijn moeder Johanna van Ruinen.

** Op 19 augustus 1485 (BD fol 151) tuchtte Henric zijn vrouw Niese aan 70 mud rogge per jaar, Zwolse maat, uit de Olde Hof te Ruinen (nr. 1699) en aan een ½ vat boter per jaar uit de boterpachten op Buddingwolde en Ter Bullinge (nrs. 1704 en 1308).

1497 jun 5 (BE fol 17)

Henrick van Munster.

1510 apr 15 (BE fol 100v)

Bernardt van Munster na de dood van zijn vader Henrick van Munster.

1517 dec 13 (BF fol 14)

Bernt van Munster.

** "Uitheemsche leenen Gelre", blz. 189, vermeldt onder 3 december 1525 : "heeft eedt vernyt Bernt van Munster, heer to Ruynen".

1545 jun 10 (OB1 fol 26v)

Hinrich van Munster na de dood van zijn vader Bernt van Munster.

1556 sep 6 (OC1 fol 1)

Henrick van Munster.

1603 dec 6 (OC3 fol 60)

Henrick van Munster na de dood van zijn vader Henrick van Munster.

1635 feb 3 (OD3 fol 86)

Henrick Munster Wilhelm van Bernsauw, onmondig, na de dood van zijn grootvader Henrick van Munster, heer tot Rhunen. Hulder zijn vader Wyrich van Bernzauw van Herdenberch to Bellinckhave, drost te Bisslich, etc. .

** Op 10 april 1625 (OD2 fol 68v) waren de van 8 mei 1614 daterende huwelijkse voorwaarden bekrachtigd, die tussen Wijrich van Bernsauw van Hardenbergh to Bil-linchoeve, drost te Bislich, en Margarieta van Munster, oudste dochter van Henrick van Munster, heer te Rhuijnen, waren afgesloten.

1635 jun 28 (OD3 fol 93v)

Anna van Monster, vrouw van Dahm Lutther Quaet, heer tot Toumberch en Flamersheim, tot haar goede recht na de dood van haar vader Henrick van Monster. Hulder Joan Lemker.

* Twie derdendeelen van --- de heerlickheit ende gerichte to Rhunen, to Buddinckwolde --- .

1635 jun 28 (OD3 fol 94v)

De kinderen van wijlen Agnes van Monster tot hun goede recht na de dood van hun grootvader Henrick van Monster, heer tot Rhunen. Hulder hun vader Joan van Raesfelt to Twickelo, drost van Vollenho.

* Een seste part van alle de voirseide parchelen.

1635 jun 28 (OD3 fol 95)

Willem Henrick Quaedt, onmondige zoon van Joanna van Monster, tot zijn goede recht na de dood van zijn grootvader Henrick van Monster, heer tot Rhunen. Hulder zijn vader Dyderich Quaet, heer tot Bulsheim.

* Een seste part van alle de voirseide parchelen.

1651 jul 26 (OE fol 292v)

Henrick Monster Wilhelm van Bernsau na de dood van zijn grootvader Henrick Monster, heer tot Rhuinen.

* De heerlickheit ende gerichte toe Rhuinen, to Buddinckwolde --- .

** Achter deze belening is een vonnis van Gedeputeerde Staten van Overijssel van 19 december 1645 geregistreerd, waarbij Henrick en zijn zusters als kinderen van wijlen Margarietha van Munster en Wyrich van Bernsauw worden gehandhaafd in hun bezit van 2/3 van de heerlijkheid Ruinen met zijn oude toebehoren, terwijl het overige 1/3 deel wordt toegewezen aan Anna van Monster, vrouw van Daem Luther Quaet van Lanscroon tot Flamersheim, aan Wilhelm Henrick Quaet van Wickraedt, zoon van wijlen Johanna van Munster en Diederich Quaedt van Wickraedt, heer toe Groote Bullesheim, en aan de kinderen van wijlen Agnes van Munster en Joan van Raesfelt toe Twickelo, heer toe de Ese en Lage, drost van Twente. De allodiale en nieuw aangekochte lenen worden bij dit vonnis in 4 gelijke delen aan de 4 partijen toegewezen, terwijl tevens wordt aangegeven (OE fol 297v) wat oude lenen zijn en wat niet.

1681 feb 2 (OF fol 158v)

Johan Albrecht graaf toe Schellard, heer van Dorewaart, kolonel en gouverneur van Steenwijk, als gemachtigde van Frans Kasper graaf van Schellard toe Ubbendorp, heer van Muggenhuisen, Grinten enz. , generaal-wachtmeester in keizerlijke dienst en veldmaarschalk van de hertog van Nienburg, en zijn vrouw Margaretha van Bernzau toe Ruinen.

1681 feb 2 (OF fol 160v)

Bernard Sassenraet toegenaamd Luinink als gemachtigde van Frans Kasper graaf van Schellard, heer van Muggenhuisen, Grempten en Hestorfix, en zijn vrouw Margareta Geertruit Maria Bernzauw na de dood van haar vader Henrik Munster Wilhelm van Bernzauw, heer tot Ruinen, Bellinghoven, Hass en Mehr, drost van Coevorden en het landschap Drente.

1704 jan 18 (OH fol 106)

Willem Adriaan markies van en tot Hoensbeek, heer van het Hoog- en Nederambt Gelder, erfmaarschalk van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, mede namens zijn vrouw Elisabeth Henriette markiezin van en tot Hoensbeek, geboren gravin van Schellard, als oudste dochter en erfgenaam van haar overleden vader Frans Caspar Adriaan graaf van Schellard tot Obbendorf, heer van Ruinen, en van haar moeder, de gravin van Schellard, erfdochter van de heerlijkheid Ruinen en Bellinkhaven. Hulder Bernard Kies, landschrijver van Drente.

1740 mrt 15 (OM fol 48v)

Frans Arnold markies van en tot Hoensbroek, erfmaarschalk van het vorstendom Gelre en de graafschap Zutphen, keizerlijk kamerheer, heer van de vrije heerlijkheid Ruinen en Ruinerwold, drost van het Opper- en Nederambt van Gelre, na de dood van zijn vader Willem Adriaen markies van en tot Hoensbroek.

** Frans Arnold en zijn vrouw Sophia gravin van Schönborn kregen bij deze gelegenheid toestemming de heerlijkheid te belasten met fl. 50.000,-.

1760 okt 10 (OP fol 113v)

Lotharius Franciscus markies van en tot Honsbroek, zoals Willem Adriaan markies van en tot Honsbroek daarmee was beleend.

1768 mei 26 (OQ fol 172)

Coert Winkel als koper naast Jan Peter Leffers en Jan van de Weeteringe na opdracht door Lotharius Franciscus markies van en tot Hoensbroek, graaf van het Heilige Roomse Rijk, erfmaarschalk van het vorstendom Gelre en de graafschap Zutphen.

* De heerlykheyd Ruinen en annexe regalia.

** "En annexe regalia" ontbreekt in de opvolgende beleningen.

1768 jul 27 (OQ fol 180v)

Alexander Carel graaf van Heiden tot Laarwoud, drost van Coeverden en het landschap Drente, namens Ridderschap en Eigenerfden, de Staten van het Landschap Drenthe, zoals Coert Winkel daarmee was beleend.

1776 okt 19 (OS fol 52)

Sigismund Pierre Alexander graaf van Heyden, drost van Coevorden en het landschap Drenthe, als leendrager namens Ridderschap en Eigenerfden van het landschap Drenthe, na de dood van zijn vader.