[ Repertorium ] [ Inhoudsopgave inleiding] [ Protocollen ] |
BA2 is een band, die naar vorm en inhoud een nauwe verwantschap met BA1 vertoont, maar die thans en waarschijnlijk al sinds lange tijd geen deel meer uitmaakt van het bisschoppelijke archief, waartoe het zeker moet hebben behoord.
Vermoedelijk is BA2 identiek met het "15de-eeuwse afschrift" van BA1, dat S. Muller Fz. vermeldt in zijn "N.B." bij de beschrijving van BA1 en dat omstreeks 1906 berustte "onder den heer baron D'Ablaing van Giessenburg (Huize Beekbergen te Soesterberg)" [265]. Thans (1994) is deze band in particulier bezit van de heer J.J. Brands te Nieuw Dordrecht. Fotokopieën daarvan worden bewaard in de rijksarchieven te Utrecht en Zwolle.
Evenals BA1 bestaat BA2 geheel uit perkament. Een dik omslag omvat 8 katernen perkament zonder schutblad, terwijl aan het achterplat een brede overslag is verbonden, die de frontsnede en een groot deel van het voorplat overdekt en het geheel met behulp van een dunne leren riem sluit. Het voorplat van het omslag is aan de buitenzijde onbeschreven maar aan de binnenzijde gemerkt met "N. 52". Het achterplat is van binnen onbeschreven, maar draagt aan de buitenzijde in zeer grote 15de-eeuwse fractura-letters het opschrift: "Registr[um] Feodaliu[m] Bonor[um] Ecclesie Traiectensis". Daarnaast heeft de overslag aan de buitenzijde het kenmerk "lheenregister N. 16", terwijl de rug van het omslag "16" heeft.
BA2 omvat 82 folia, die gebruikt zijn voor de leenregistraties. De band mist voor- of nawerk evenals met BA1 het geval is. Alleen de folia 1-28, die betrekking hebben op de Nederstichtse lenen, zijn voorzien van een folio-nummering in romeinse cijfers, waarnaast de folia 1-21 bovendien een post-nummering 1-142 in eigentijdse arabische cijfers bevatten. De folia 29-82 zijn door de tegenwoordige bewerker met potlood genummerd in moderne arabische cijfers. Deze folio-nummeringen lopen niet parallel met die van BA1, wat gedeeltelijk daaraan ligt, dat de 14de eeuwse schrijver niet gepoogd heeft de bladzijden congruent te vullen en anderzijds aan verschillen in behoud en samenstelling. Enerzijds ontbreken er in BA1 folia, die BA2 wel heeft en anderzijds zijn er aan BA1 folia toegevoegd, die BA2 niet heeft. De inhoud van BA2 bestaat uit 8 katernen, waarvan er 5, de nrs. 2-6, voorzien zijn van een katern-nummering in eigentijdse arabische cijfers, en die samen de genoemde 82 folia omvatten.
De tekst is, afgezien van enkele toevoegingen, geheel door één hand geschreven in een stijve en hoekige boekletter, die als zodanig geen verwantschap vertoont met hand 1 van BA1. Deze tekst komt ongeveer overeen en bevat nauwelijks meer dan de "lijst" van genoemde hand 1. Alleen 5 posten, die in het Nederstichtse gedeelte van BA1 door hand 2 op fol 25v en 26 zijn aangetekend, maken in BA2 deel uit van de oorsrponkelijke tekst.
Inhoudelijk sluit de tekst van BA2 zeer nauw aan bij die van BA1 al zijn er kleine verschillen in spelling. Zo heeft BA2 regelmatig "ii" in plaats van "y". Maar een volledig-slaafs afschrift van BA1 levert BA2 niet. Dat blijkt onder meer daaruit, dat zijn tekst hier en daar iets meer heeft dan die van BA1. Daar heeft fol 54v bijvoorbeeld "Tyde Scultenwyf", wat in BA2 fol 56v "Mette Tyde Sculten wiif" is. Dat het hier niet om een 15de-eeuws afschrift gaat, blijkt wel daaruit, dat dezelfde handen, die in BA1 corrigeerden en aanvulden, dat ook in BA2 deden zij het op veel minder grote schaal [266]. Bovendien biedt BA2 de tekst van BA1, zoals die luidde voordat daar correcties in werden aangebracht, iets wat in de jaren 1384-1393 moet zijn gebeurd. Dat de schrijver van BA2 en hand 1 uit dezelfde tijd en omgeving stamden komt ook naar voren uit de omstandigheid, dat de eerste tenminste één tekstwijziging in BA1 heeft aangebracht [267].
De conclusie van dit alles is, dat BA2 een vrijwel-gelijktijdig afschrift is van BA1 in zijn oudste vorm, geschreven door een lid van de bisschoppelijke kanselarij. Vorm, inhoud en tekstwijzigingen vormen daarnaast aanwijzingen, dat BA2 bedoeld was meer te zijn dan een afschrift van BA1 en gedacht was als een dubbel. Waarschijnlijk heeft er omstreeks 1382 een plan bestaan 2 "lijsten" naast elkaar te gaan hanteren, vermoedelijk met de bedoeling één lijst te bewaren in het Oversticht en één in het Nedersticht. De bijzondere zorg, die in BA2 aan de folia 1-28 is besteed, kan dan een aanwijzing vormen, dat deze band voor het Nedersticht bestemd was. Een dergelijke opzet is vergelijkbaar met die van 1393, toen er 2 parallelle leenprotocollen voor Oversticht en Nedersticht werden aangelegd. Wat daarvan zij, dat plan is kennelijk vrij spoedig verlaten. Want BA2 is wel aangelegd, waarschijnlijk in 1382, maar niet systematisch bijgehouden. Rubriek 1 (de Nederstichtse lenen) is na de genoemde 5 posten niet verder voortgezet, rubriek 2 (mannen in Salland) is op fol 70 in een ander schrift aangevuld met 1 post en met de rubrieken 3-5 is verder helemaal niets meer gedaan. Wel zijn er in en bij de tekst van BA2 20 tekstwijzigingen en aanvullingen aangebracht [268], maar in verhouding tot de vele aanvullingen in BA1 is dat aantal gering.
Wat BA2 voor de tegenwoordige gebruiker interessant maakt is, dat daarin ten gevolge van de geschetste ontwikkelingen niet is geradeerd. Van 55 raderingen in BA1 biedt BA2 ons de originele tekst [269]. Overigens moet daarbij in aanmerking genomen worden, dat er in sommige gevallen meerdere raderingen op één plek plaatsgevonden kunnen hebben. Dat geldt in het bijzonder voor die gevallen waarin een geradeerde achternaam door een gelijke naam is vervangen [270]. Van de bedoelde 55 raderingen stammen er 19 uit het Nederstichtse gedeelte van BA1. Voor hun oorspronkelijke en destijds aan S. Muller Fz. niet bekende tekst zij verwezen naar bijlage IV hierna. Voorzover de raderingen Overstichtse beleningen betroffen zijn deze in het repertorium verwerkt.
Een belangrijke verrassing, die BA2 naast de geradeerde posten opleverde was, dat er in BA1 2 folia bleken te ontbreken en wel achter de folia 11 en 19 ieder 1 blad. De tekst van deze 2 bladen, die vanzelfsprekend ook aan Muller onbekend was, is weergegeven in bijlage III, in combinatie met aansluitende tekstgedeelten, die ook aan BA2 zijn ontleend. Daarin komen de genoemde spellingsverschillen als "ii" voor "y" en "s" voor "z" naar voren. In het algemeen zijn de teksten van BA1 en BA2 zo nauw verwant, dat ervan af is gezien BA2 systematisch te citeren. Dat is daarom alleen gebeurd met betrekking tot de genoemde raderingen en in die gevallen, waarin BA2 iets meer of iets anders heeft dan BA1.
Noten:
[265]. Muller, Catalogus, blz. 36.
[266]. Zo bevat BA2 fol 68v dezelfde uitvoerige aantekening van 21 november 1384, geschreven door hand 3, die in BA1 op fol 66 voorkomt en die betrekking heeft op nr. 1095 (Nijhuis te Albergen).
[267]. BA1 fol 10v.
[268]. Daarvan zijn er 11 aangebracht door dezelfde handen en in dezelfde bewoordingen als de overeenkomstige toevoegingen in BA1. In de andere gevallen zijn de toevoegingen aangebracht door handen, die ook in BA1 voorkomen zij het niet op dezelfde plaatsen.
[269]. In BA1 komen er daarnaast 6 raderingen in toevoegingen of aanvullende aantekeningen voor. Vanzelfsprekend biedt BA2 daarvoor geen oplossingen.
[270]. Vergelijk BA2 fol 57 Johan Voern; BA1 fol 55 Plonys Voern. Ook BA2 fol 63 Wolter van Voerst; BA1 fol 60v Sweder van Voerst.