Na de vermelding van het vetgedrukte repertoriumnummer en van het betrokken rechtsdistrikt en buurschap/kluft/slag volgt in het repertorium de oudste omschrijving van het leengoed in de oorspronkelijke spelling. De naam of andere aanduiding van het daar genoemde leengoed is vetgedrukt. Worden er in de omschrijving om grammatikale redenen ook andere elders gelegen goederen vermeld, dan zijn deze in gewone druk aangegeven.
In de oudste beleningen (1379-1423) verschilde de inhoud van de omschrijving gewoonlijk per belening. Na 1433 werd dat anders. Eenmaal gebruikte omschrijvingen bleven sedertdien gewoonlijk lange tijd achtereen in zwang en werden in opvolgende beleningen zoveel mogelijk letterlijk herhaald met onderling in de praktijk alleen kleine spellingverschillen. Dergelijke latere omschrijvingen worden daarom in het repertorium alleen vermeld indien en voorzover die inhoudelijk of wat de naam van het leengoed betreft afwijken van de oudste of een oudere omschrijving. Deze afwijkende omschrijvingen zijn vermeld onder de beleningen, waarin zij voor het eerst voorkomen en worden daar voorafgegaan door een ster ("*"). Ook deze omschrijvingen volgen de spelling van hun vindplaats. Treedt een goed daar onder een nieuwe naam op, dan is deze vetgedrukt.
Na de oudste omschrijving van het leengoed volgen in chronologische volgorde de daarmee verrichte beleningen, zoals deze uit de leenprotocollen blijken. Iedere belening vormt een afzonderlijke post. Een dergelijke post bestaat tenminste uit een datum en vindplaats benevens een aanduiding van het leengebeuren, bijvoorbeeld [246]:
1485 sep 15 (BD fol 151v)
[Beleend] Johan van Voerst, heer tot Keppel, na de dood van zijn vader Zweeder van Voerst.
In de aanduiding van het leengebeuren is het woord "Beleend" steeds weggelaten en moet er dus bij worden gedacht. De namen van de daar vermelde personen zijn steeds ook weer in de oorspronkelijke spelling weergegeven, het verder vermelde niet tenzij dat tussen aanhalingstekens staat.
In de data worden heiligendagen steeds in opgeloste vorm weergegeven, de namen van maanden in verkorte vorm (jan-feb-mrt-enz.). De vindplaats wordt aangegeven door middel van de code voor het betrokken protocol (BA1-BB-enz.) en met het folionummer. "Folio" wordt steeds verkort aangeduid met "fol", dus zonder punt, terwijl ter onderscheiding van "recto" en "verso" het velnummer alleen in het laatste geval van "v" is voorzien. "fol 30" staat dus voor "folio 30recto" en "fol 30v" voor "folio 30verso". Ook in de inleiding en bijlagen is deze wijze van citeren toegepast. Waar behoefte bestond aan een aanduiding "volgende" is "vv" gehanteerd.
Een ontbrekende datum wordt aangeduid met "Z.d." met daarachter de vermoedelijke datum of alleen jaren tussen vierkante haken ("[ ]"). Ontbreekt alleen een gedeelte van de datum, dan is het ontbrekende met drie punten aangegeven ("...") met ook weer de vermoedelijke datering tussen vierkante haken [247]. Ook het ontbreken van woorden of gegevens in de tekst wordt met "..." gesignaleerd. Dat doet zich in het bijzonder voor waar wel een hulder moet zijn opgetreden maar zijn naam niet is vermeld. Is in een citaat iets door de auteur weggelaten dan is dat aangeduid met drie strepen ("---"). Dat komt vooral voor in omschrijvingen, waar het weggelatene slechts een herhaling vormt van het in oudere omschrijvingen vermelde.
In een post kan na de vermelding van datum, vindplaats en leengebeuren ook een nadere omschrijving van het leengoed volgen. Deze wordt als vermeld steeds voorafgegaan door één ster. Na het leengebeuren of na een nadere omschrijving kunnen één of meer aantekeningen volgen. Deze worden voorafgegaan door 2 sterren ("**") [248]. Een dergelijke noot bevat in het algemeen geen letterlijke aanhalingen. Is dat wel het geval dan staat deze tussen aanhalingstekens.
In de noten wordt onder meer verwezen naar verleende vergunningen, uitstel van belening, toegekende lijftucht en dergelijke. Ook beleningen, die blijken uit andere bronnen dan de leenprotocollen, worden daar vermeld. Soms wordt er in een dergelijke aantekening verwezen naar een archief, instelling of publicatie. Deze worden alleen in het repertorium zelf in verkorte vorm aangeduid. In hoofdstuk IXa, IXb en IXc van de inleiding "Afkortingen en verwijzingen" worden deze verkorte aanduidingen verklaard.
Onder de individuele repertoriumnummers zijn niet steeds alle geregistreerde beleningen vermeld. In voorkomende gevallen wordt er verwezen naar andere nummers, waaronder overeenkomstige beleningen ter sprake komen. Want het kwam in Oost-Nederland zeer vaak voor, dat één persoon meerdere goederen in leen hield, die in verschillende buurschappen of soms zelfs ver uit elkaar gelegen kerspelen lagen. Dergelijke goederen konden complexen vormen, die vele generaties en meerdere eeuwen achtereen bijeen bleven. In de 17de en 18de eeuw werd het leenbezit van een dergelijk complex vaak geacht verbonden te zijn aan het bezit van een aanzienlijk "Huis" of belangrijk goed, van waaruit het dan gewoonlijk in achterleen werd uitgegeven. Te denken valt daarbij aan de "Huizen" Gerner, Goor, Rutenberg, Saasveld, Weemselo en Twickel en bijvoorbeeld aan het onder het Twickel-complex ressorterende goed Randing in Deldeneresch (nr. 234). Sommige van de in 1408 samen met Randing genoemde goederen worden ook in 1801 nog in combinatie daarmee genoemd. Van het Huis te Goor (nr. 622) hingen in 1433 meer dan 90 verschillende goederen en tienden af en deden dat ook nog in 1557, toen dat omvangrijke complex voor het laatst in zijn volle omvang werd geregistreerd. In het repertorium is in dergelijke gevallen en in die, waarin kleinere complexen 5 of meer elkaar opvolgende beleningen achtereen bijeen bleven, verwezen naar het voornaamste of naar het eerst-vermelde van de betrokken goederen. Verwezen is door middel van de aanduiding "Verder als nr. ---" of "Tot --- verder als nr. ---".
In sommige gevallen werden meerdere personen naast elkaar met hetzelfde goed beleend, hetzij omdat er een geschil over het leenbezit was hetzij omdat een goed uit een leencomplex was vervreemd zonder daaruit in opvolgende beleningen weggelaten te zijn. Kwam er aan het geschil niet snel een einde of werd de fout niet spoedig hersteld, dan kon het tot het ontstaan van parallelle leenreeksen komen. Dergelijke reeksen zijn in het repertorium na elkaar opgevoerd, onderling gescheiden door de aanduiding "Tevens :" [249]. "Verder als nr. ---" en "Tevens :" zijn om optische redenen steeds vetgedrukt.
Noten:
[247]. Vergelijk nr. 2 onder 1550.
[248]. Vergelijk nr. 1 onder 1435, 1457 enz..