INVENTARIS VAN HET RECHTERLIJK ARCHIEF
VAN HET LANDGERICHT HAAKSBERGEN 1628 - 1811
Toegangsnummer 56

Door E.D. Eijken
Zwolle, 1996

 

INHOUDSOPGAVE

INLEIDING

INVENTARIS

A. Volontaire en contentieuse zaken

B. Volontaire zaken

C. Contentieuse zaken

D. Bijzondere aan het gericht opgedragen zaken

 

INLEIDING

Het grondgebied van het landgericht Haaksbergen kwam overeen met dat van de tegenwoordige gemeente1. Haaksbergen wordt als parochie reeds vermeld in de goederenlijst van graaf Hendrik van Dalen d.a. 11882, maar het is niet bekend wie er toen de wereldlijke macht uitoefende. Daarover vinden we pas iets in de 14e eeuw. Van Johannes van Kemena, ambtman (dapifer) van Twente namens de graaf van Gelre, die van 1336 tot 1346 het Oversticht in pand hield van de bisschop van Utrecht, zijn enige rekeningen bewaard, die zijn uitgegeven door S. Muller Fzn3. In die rekeningen verantwoordt de ambtman ook ontvangsten "ex judicio Hockesberghe"4. Hieruit en ook uit de hierna nog te noemen verpanding van de rechtspraak te Haaksbergen blijkt wel, dat de Utrechtse bisschoppen in deze eeuw de wereldlijke macht over Haaksbergen reeds bezaten. De opvattingen van Racer, dat zij deze macht pas in 1449 verwierven bij gelegenheid van de aankoop van de Blankenborch5, kan dan ook niet juist zijn en hijzelf herriep deze stelling trouwens al spoedig6, maar desondanks is zij sedertdien nog door vele schrijvers herhaalt7. Maar wanneer en op welke wijze de bisschop van Utrecht zijn gezag te Haaksbergen verwierf is voorlopig een raadsel zonder oplossing. Uit de rekeningen van Johannes van Kemena zou men ook kunnen opmaken, dat het gericht Haaksbergen in de eerste helft van de 14e eeuw tot het drostambt Twente werd gerekend, maar hoe dat ook zij, korte tijd later zal er een aparte drost (ambtman) zijn opgetreden, toen op 1 mei 1363 bisschop Johan van Arkel de hoge en lage rechtspraak te Haaksbergen in pand gaf aan Frederik van Heeckeren8, welke pandschap pas op 6 juni 1423 eindigde9. Maar ook na 1423 blijkt Haaksbergen niet gerekend te worden tot het (drost)ambt Twente maar een eigen ambtman, later drost genaamd, te hebben, sedert 1547 in gemeenschap met Diepenheim, dat ook een eigen drost had. De eerste richter van Haaksbergen, waarvan de naam bewaard bleef, is Albert Kemper, die in 1432 optreedt in een transportacte bewaard in het huisarchief Middachten10. Het gericht te Haaksbergen bleef bestaan tot 1811 in welk jaar het verdween ingevolge het Keizerlijke Decreet van 18 october 181011, dat bepaalde, dat alle in ons land bestaande rechterlijke college's met ingang van 1 januari 1811 zouden worden opgeheven. Een nader decreet van 6 januari 181112 verschoof de datum van opheffing naar 1 maart 1811, toen inderdaad de nieuwe rechterlijke organisatie in werking trad. Na de opheffing van het landgericht werd haar archief overgebracht naar de Rechtbank van Eersten Aanleg te Almelo, vanwaar het in 1880 met de archieven van andere Twentse rechtscollege's werd overgebracht naar het Rijksarchief in Overijssel13. Dit archief is vanaf 1628 vrij goed bewaard. Van de ruim zestig protocollen, die er sinds dat jaar zijn ontstaan, ontbreken er thans vijf. Het procesverbaal van ontzegeling door de rechtbank te Almelo in 1811 en de inventaris, die na de opheffing van het gericht in dat jaar moet zijn opgemaakt, zijn helaas niet bewaard gebleven, maar de nummers, die ter gelegenheid van die inventarisatie op de delen zijn aangebracht en die thans een onvolledige reeks te zien geven, wekken het vermoeden, dat meerdere van de thans dwenen protocollen van na 1628 in 1811 nog aanwezig waren, terwijl bovendien 5 oudere delen, die in 1811 van de nummers 1 tot 5 waren voorzien, thans ook ontbreken. Het valt te hopen dat enkele van deze verloren archivalia nog ergens onder particulieren berusten en eens weer voor de dag komen.

E.D. Eijken, 1966.

1.

 

F.M. Hendriks, De grenzen van Overijssel en van de Overijsselse gemeenten van 1807 (1811)-1842, blz. 28.

2.

 

Uitgegeven door F. Philippi en W.A.F. Bannier in Bijdr. en Med. Hist. Genootschap, XXV, 1904, blz. 406 v.

3.

 

In Bijdr. en Med. Hist. Genootschap, XVIII, 1897, blz. 123 v.

4.

 

T.a.p. blzz. 150, 156, 159.

5.

 

J.W.P. Racer, Overijsselsche Gedenkstukken, II, blz. 101.

6.

 

T.a.p. IV, blz. 324 en VI, blz. 344 noot I.

7.

 

C.J. Snuif drukt zich in zijn artikel "Haaksbergen en de Blankenborg" in Versl. en Med. Overijsselsch Regt en Geschiedenis, 34ste stuk, 1917, blz. 35, over deze aangelegenheid zeer onduidelijk uit. Vgl. blzz. 33 en 37. Zie verder over deze zaak ook G.J. ter Kuile, Heerlijkheden in Overijssel onder het "Ancien Regime", in "Dancwerc", blzz. 182-183.

8.

 

S. Muller Fzn, Regesten van het archief der bisschoppen van Utrecht, nummer 964.

9.

 

T.z.p. nummers 2345 en 2346; Tijdrekenkundig Register op het Oud provinciaal Archief van Overijssel, Aanhangsel, blz. 236.

10.

 


P.N. van Doorninck, Inventaris van het Oud Archief van het kasteel Middachten, I, blz. 245 nummer 546.

11.

 

C.J. Fortuyn, Verzameling Wetten en Besluiten van Franschen Oorsprong, III, blz. 183.

12

 

Fortuyn, o.c., I, blz. 69.

13.

 

Verslagen 's Rijks Oude Archieven, 1881, blz. 79.

 

INVENTARIS

A. Volontaire en contentieuse zaken

1-7. Protocol van volontaire en contentieuse gerichtshandelingen, 1628-1676.
7 delen.

1. 1628-1636.
N.B. Van de aantekeningen van 16 mei 1628, 11 juli 1636 en 14 november 1636 ontbreken een of meer folia.
2. 1645-1651.
N.B. Het protocol over 1636-1645 is verloren gegaan.
Dit deel is verkeerd herbonden. De juiste volgorde van de folia is 425, 426, 1-4, 431, 11, 5, 432, 12, 13-423, 424, 7, 8, 427-430, 9, 10, 433.
3. 1651-1654
4. 1654-1656
5. 1657-1661
6. 1661-1666
7. 1667-1676
N.B. Dit deel bevat geen aantekeningen over het tijdvak 26 maart 1672-14 juni 1674. Het is vrij sterk door vocht aangetast.

B. Volontaire zaken

8-19. Protocol van volontaire gerichtshandelingen, 1683-1803.
12 delen.
N.B. Nummer 8 bevat achterin een index op de inhoud. De nummers 9-19 bevatten alle een tafel op de inhoud.

8. 1683-1700
N.B. Het protocol over 1676-1682 is niet meer aanwezig.
9. 1700-1718
10. 1718-1741
11. 1741-1758
12. 1758-1766
13. 1766-1774
14. 1774-1784
15. 1784-1789
16. 1789-1792
17. 1792-1796
18. 1796-1799
19. 1799-1803

20. "Algemeen Protocol van Vrijwillige Zaken...", 1803-1808.
1 deel.
N.B. In dit deel zijn alleen die vrijwillige acten geregistreerd, die geen plaatsvonden in de afzonderlijke registers voor acten van transport etc., die na 1802 werden bij gehouden. Het bevat acten van boedelscheiding, borgtocht, cessie van roerend goed, eedsaflegging, huwelijkse voorwaarden, schuldbekentenis enz.

21. Diverse acten, 1808-1811.
1 pak.
N.B. Bijgevoegd is een lijst van de acten. Op het oude omslag staat "Portocol van vrijwillige zaken,... als Volmachten, borgstellingen, Certificaten, vrijwillige verkopingen enz. enz.".

22. Protocol van Overdragten...", register van transporten en cessies van onroerend goed, 1803-1808.
1 band.
N.B. Los inliggend een tafel op de inhoud.

23. Acten van transport en van cessie van onroerend goed, 1808-1811.
1 pak.
N.B. Bijgevoegd is een lijst van de acten. Op het oude omslag staat "Protocol van Overdragten en Cessien..."

24. "Protocol van Verzegelingen...", register van hypotheken, 1803-1808.
1 deel.

25. Hypotheekacten, 1808-1811.
1 pak.
N.B. Bijgevoegd is een lijst van de acten. Op het oude omslag staat "Protocol van verzegelingen of Hypotheken...".

26. "Protocol van testamenten...", 1803-1808.
1 deel.
N.B. Achterin een tafel op de inhoud.

27. Testamenten, 1809-1810.
1 pak.
N.B. Bijgevoegd is een lijst van de testamenten. Op het oude omslag staat "Protocol van Testamenten...".

28. "Protocol van Momberstellingen...", register van acten van voogdijstelling en "kinderscheidingen", 1804-1808.
1 deel.
N.B. Achterin een index op de namen. "Kinderscheidingen" waren boedelscheidingen tussen een weduwnaar of weduwe en hun minderjarige kinderen. Een dergelijke boedelscheiding moest plaats vinden als de overlevende ouder wilde hertrouwen.

29. Acten van voogdijstelling en van "kinderscheiding", 1809-1811.
1 pak.
N.B. Bijgevoegd is een lijst van de acten. Op het oude omslag staat "Protocol van Voogdij of Momberstellingen...". Als omslag is gebruikt de perkamenten buitenkant van een protocol van contentieuse gerichtshandelingen van de stad Oldenzaal van 27 april 1705-12 september 1706, welk protocol in het archief van dit stadgericht ontbreekt.

30. Acte van boedelscheiding tussen Evert Trip en zijn kinderen, 1797.
1 omslag.
N.B. Door de voogden van de kinderen bij het gericht in bewaring gegeven.

31. "Protocol van ter leen gegevene goederen en in het voeder vee...", register van in bruikleen gegeven goederen en van vee, dat door de eigenaars bij anderen is ondergebracht om gevoederd te worden, 1803-1811.
1 deel.

C. Contentieuse zaken

32-65. Protocol van contentieuse gerichtshandelingen, 1677-1804.
34 delen.

32. 1677-1682
33. 1689-1698
N.B. Het protocol over 1682-1689 is niet meer aanwezig.
34. 1707-1713
N.B. het protocol over 1698-1707 is niet meer aanwezig.
35. 1713-1719
N.B. Aan het slot ontbreken één of meer folia.
36. 1722-1729
N.B. Het protocol over 1719-1722 is niet meer aanwezig.
37. 1729-1736
38. 1736-1741
39. 1741-1746
40. 1746-1749
41. 1749-1752
42. 1752-1755
43. 1755-1758
44. 1759-1761
45. 1761-1765
46. 1765-1769
47. 1769-1772
48. 1772-1773
49. 1773-1775
50. 1775-1777
51. 1777-1779
52. 1779-1782
53. 1782-1784
54. 1784-1786
55. 1786-1787
56. 1787-1789
57. 1789-1790
58. 1790-1791
59. 1791-1793
N.B. Achterin aantekeningen betreffende een bijzondere zitting van 7 januari 1794.
60. 1793-1794
61. 1794-1796
62. 1796-1798
63. 1798-1800
64. 1800-1802
65. 1802-1804

66. Protocol van contentieuse gerichtshandelingen, 1804-1807.
1 deel.
N.B. Dit deel bevat na 1 januari 1806 alleen die gerichtshandelingen, die niet aan het recht van kleinzegel onderworpen zijn.

67. Protocol van contentieuse gerichtshandelingen, 1806-1811.
1 deel.
N.B. Dit deel bevat van 1 januari 1806-14 september 1807 alleen die gerichtshandelingen, die aan het recht van kleinzegel onderworpen zijn. Na 31 october 1808 alleen die gerichtshandelingen, die niet op zegel geregistreerd moeten worden. Van 28 september 1807 tot 17 october 1808 bevat het alle contentieuse gerichtshandelingen.

68-71. Minuten van contentieuse gerichtshandelingen, 1807-1811.
1 omslag en 3 pakken.
N.B. Deze op zegel gestelde minuten vervingen het protocol en zijn dus nooit ingeschreven.

68. 1807
69. 1808-1809
70. 1809-1810
71. 1810-1811

72. Minuten van contentieuse gerichtshandelingen, 1802-1804, met bijlagen.
1 omslag.
N.B. Deze minuten zijn niet geprotocolleerd.

73-75. Minuten van gerichtelijke pandingen, 1806-1808.
3 pakken.

76-77. Register van publieke verkopingen, 1795-1806.
2 delen.

76. 1795-1803
N.B. Achterin een tafel op de inhoud.
77. 1803-1808

78. Minuutacten van executoriale verkoop, 1809-1810.
1 pak.

79. Stukken betreffende openbare verkopingen, 1806-1810.
1 pak.

80-81. Processen-verbaal van getuigenverhoren, 1776-1810.
2 pakken.

80. 1776-1801.
81. 1802-1810.

82-83. Protocol van contentieuse gerichtshandelingen in boetestraffelijke procedures, gevoerd uit hoofde van het Reglement op de Jacht en Visserij van 8 mei 1807, 1810-1811. Met bijlagen.
1 deel en 1 omslag.

84-85. Register van sententiën, 1775-1804.
2 delen.

84. 1775-1794
85. 1796-1804

86-190. Processtukken, 1690-1810.
105 omslagen.

86. 1690. Rickerinck ca Van Ensse.
Welmer Rickerinck legt arrest op het goed de Homölle, gelegen onder de hof "to Weynck", dat Herman Engelbert van Ensse, heer tot Heeckeren, in leen houdt van Frans Albert Coninck, om daar op een schuld van 1600 gulden te verhalen, die Van Ensse in 1677 had overgenomen van Herman en Gese ten Ellenvelt, toen hij van de laatsten het leengoed Ellenvelt kocht.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

87. 1698. De hoogheid van Haaksbergen ca Runne-boom.
De drost van Haaksbergen vordert oplegging van een boete aan Klaas Runneboom wegens het met een te kleine maat verkopen van alcohol.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

88. 1699-1702. Morsinck ca Mighorius.
5 kinderen van Jan Morsinck vorderen van Wilhel-mina van Eyll, weduwe van ds. Johannes Migho-rius, afgifte van de helft van de boerderij Morsinck, gelegen in de buurschap Eppenzolder.
Niet geheel compleet. Een incidenteel vonnis en het eindvonnis zijn bewaard.

89. 1710. NN ca NN.
Uit de bewaarde stukken blijkt het onderwerp van geschil niet.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.
N.B. Bewaard is alleen een afschrift van een overeenkomst tussen Geurt Denkinck met zijn echtgenote en Berend Haymerinck met diens echtgenote betreffende de huwlijken van een zoon en een dochter van de ene partij met een dochter en een zoon van de andere partij, waarin wordt gehandeld over goederen te Haaksbergen. De overeenkomst dateert van 11 juni 1661. Het te Haaksbergen vervaardigde afschrift heeft als bijlage tot een proces gediend en is op 22 mei 1710 bij een gericht overgelegd, waarschijnlijk te Haaksbergen.

90. 1711-1713. Gervordinck ca Meyerinck.
Bernard Gervordinck pandt de roerende goederen van Berend Meyerinck om daarop het hem toekomende salaris als procureur van Meyerinck in een vroeger proces te verhalen.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

91. 1727. Eysinck ca Hobbenschott.
Hendrik Eysinck vordert van zijn schoonzoon Arend Hobbenschott betaling van interest over een aan hem verstrekte geldlening.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

92. 1732-1740. Waanders ca Horstink.
Hendrik Dirksz. Waanders pandt de roerende goederen van Hendrik Horstink op Horstink om daarop een vordering wegens geleverde koopwaar te verhalen.
Incompleet. Een incidenteel vonnis is bewaard.

93. 1740. Holtman ca Waanders.
Albert Holtman op het Zeldam Pandt de roerende goederen van de weduwe van Coert Waanders om daarop een vordering te verhalen, waarvan de aard niet uit de bewaarde stukken blijkt.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

94. 1740. Michgorius ca Ter Braak.
De weduwe van Hendrik Michgorius pandt de roerende goederen van Gerrit ter Braak om daarop een vordering wegens door haar man verdiend salaris te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

95. 1742-1754. De Hoogheid van Haaksbergen ca Ten Witbroeke.
De drost van Haaksbergen vordert oplegging van een boete aan Albert ten Witbroeke en diens zuster Roelofken wegens het onrechtmatig omhakken van bomen, staande op het provinciale erf Witbroeke.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.

96. 1743-1753. De hoogheid van Haaksbergen ca Rickerinck.
De drost van Haaksbergen vordert oplegging van een boete aan Gerrit op het Rickerinck wegens het onrechtmatig kappen van bomen, staande op het provinciale erf Rickerinck.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

97. 1743-1754. Wolterink ca Lansink.
Albert Wolterink alias Oostendorp, weduwnaar van Sara Magdalena Lansink, vordert van zijn schoonmoeder Margaretha Wolfs, weduwe van Jan Lansink, uitkering van wat hem als echtgenoot van haar overleden dochter uit de nalatenschap van zijn schoonvader toekomt.
Incompleet. Een incidenteel vonnis is bewaard.

98. 1747-1750. Roemer ca Heusels.
Arnold Roemer pandt optredend voor zijn echtgenote Christina Michgorius, weduwe van Jan van Bruinenborg, de roerende goederen van Berend Heusels op Vedders om daarop een vordering uit geldlening te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

99. 1748-1758. Lankheet ca Ten Kinkeler.
Jan en Geesken Lankheet panden de roerende goederen van Berend ten Kinkeler benevens het door hem bewoonde goed Kinkeler te Boekelo om daarop een vordering uit geldlening te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.
N.B. De Commanderij van de Johanniter Orde te Steinfurt verzette zich als eigenaar van het goed Kinkeler tegen de verkoop daarvan. Vergelijk het artikel van mr. G.H. ter Kuile "De Commanderij der Johannieter Orde te Steinfurt en haar bezittingen in Overijssel" in Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis, XVIII, p312 v. en ook het nummer 105 hierachter.

100. 1749-1752. Ter Maat ca Waanders.
Klaas ter Maat pandt de roerende goederen van Hendrik Waanders om daarop een vordering uit geldlening te verhalen.
Incompleet. Alleen het vonnis is bewaard.

101. 1753-1758. De crediteuren van Daniel Albertus Lansink en diens vrouw Eva Lankheet, onderling.
De crediteuren procederen onderling ter vaststelling van de preferentie en concurrentie van hun vorderingen.
Incompleet. Alleen het vonnis is bewaard.

102. 1755-1758. Schootkotte ca Michgorius.
Hendrik Schootkotte pandt de roerende goederen van dns. Johannes Michgorius om daarop een vordering te verhalen, die dns. Michgorius als liquidateur van de boedel van Hendrik Oostendorp beloofd had aan hem te voldoen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.
N.B. Bij de bijlagen stukken betreffende de liquidatie van de boedel van Hendrik Oostendorp.

103. 1756-1760. Van Raesfelt ca Aaftink.
Arend baron van Raesfelt, heer van Elsen en drost van Haaksbergen en Diepenheim, vordert van Jan Aaftink eerherstel en boete wegens belediging.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

104. 1757-1762. Podtholdt ca Jasink.
Herman Podtholdt vordert van zijn schoonzoon Hendrik Jasink medewerking aan een hernieuwde vaststelling van de wederzijdse schulden en vorderingen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

105. 1761-1783. Van Coeverden ca Ten Kinkeler.
Johan Heidenrijk, baron van Coeverden tot Wegdam, doet inleiding in het goed Kinkeler, dat hij heeft gekocht van de Commanderij van de Johannieter Orde te Steinfurt. Daartegen verzet de gebruiker van het goed, Jan ten Kinkeler zich, stellende, dat de Commanderij geen eigenaar van de Kinkeler was maar alleen tiendrechten bezat.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.
N.B. Vergelijk het nummer 99 van deze inventaris, het nummer 3964 van het Statenarchief (inventaris Ter Kuile) en het artikel van mr. G.J. ter Kuile "De Commanderij der Johannieter Orde te Steinfurt en haar bezittingen in Overijssel" in: Tijdschrift voor Rechtsgeschie-denis, XVIII, p. 312 v.

106. 1762-1764. De hoogheid van Haaksbergen ca Van Dassen.
De drost van Haaksbergen vordert oplegging van een boete aan de minderjarige Jan Hendrik van Dassen wegens ontvoering van zijn zusje Hendrika.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.
N.B. Jan Hendrik had zijn zusje naar Munsterland ontvoerd om haar aan haar protestantse pleegouders te onttrekken.

107. 1765-1775. Markegenoten van Haaksbergen en Honesch ca Tankink.
De markerichter van Haaksbergen en Honesch pandt de roerende goederen van Jan Tankink om daarop een boete te verhalen, die de laatste is opgelegd omdat hij zonder toestemming voor zijn eigen gebruik markegronden heeft ontgonnen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

108. 1770-1797. Rattink ca Brummelhuis.
Herman Rattink pandt de roerende en onroerende goederen van Berend Brummelhuis om daarop enige vorderingen uit geldlening te verhalen. Na toewijzing van zijn eis vordert hij vergoeding van proceskosten.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

109. 1772-1773. Aaftink ca Assink.
Gerrit Aaftink pandt de roerende goederen van Johannes Assink om daarop een vordering wegens geleverde waren te verhalen.
Incompleet. Een incidenteel vonnis is bewaard.

110. 1772-1773. Menger ca Waanders.
Burgemeester Jan Menger uit Goor pandt de roerende goederen van Steven Waanders om daarop een vordering wegens geleverde waren te verhalen.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.

111. 1772-1792. Lerink ca Ter Haar.
Jan Hendrik Lerink legt voor zijn echtgenote Catharina Nunnink weduwe van Berend Herman ter Haar, arrest op het kapitaal met achterstallige renten, dat Jan Harmen ter Haar te Alstätte in Munsterland heeft uitstaan onder Jan Harmen Markslag te Buurse, om daarop te verhalen, wat Ter Haar’s overleden echtgenote Johanna Nunnink aan Catharina Nunnink heeft beloofd te schenken.
Compleet. Ook het vonnis is bewaard.
N.B. Nadat de eis in eerste instantie was afgewezen, gingen eisers in appèl, dat echter na enige tijd desert werd verklaard.

112. 1774-1779. Koster ca Bouwmeester.
Gerrit Egbertsz. Koster pandt de roerende goederen van Arend Bouwmeester om daarop een vordering uit geldlening te verhalen.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

113. 1774-1784. Morsinkhoff ca Ten Elsen.
De erfgenamen van Hendrik Morsinkhoff en zijn echtgenote Jenneke van den Bosch vorderen, dat Janna Morsinkhoff, dochter van de erflaters, en haar echtgenoot Gerrit ten Elsen een behoorlijke inventaris van de nalatenschap zullen overleggen en medewerken aan de scheiding en deling daarvan.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

114. 1777-1788. Muntz ca Bouwmeester.
De erfgenamen van Catharina Muntz panden de roerende en onroerende goederen van Berend Hendriksz. Bouwmeester om daarop een vordering uit geldlening te verhalen.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

115. 1779-1780. Wolterink ca Koopman.
Jannes Gerhardus Wolterink vordert van de jood Jonas Koopman uitkering van een geldprijs, die hij in een loterij heeft gewonnen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

116. 1779-1786. Waanders ca Meyerink.
Bartholt en Willem Waanders panden de roerende goederen van Jan Meyerink en zijn echtenote Grieta Hopers om daarop de koopsom van enige landerijen te verhalen, die indertijd door Hendrik Leefferink en Bartholt Waanders aan Wiechert Hopers waren verkocht.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.

117. 1784-1785. Scholten ca Rattink.
Derk Scholten en zijn broeders en zusters vorderen van Herman Rattink medewerking aan de verdeling van enige nog onverdeelde onroerende goederen uit de nalatenschap van Derk toe Lintelo.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.
N.B. Vergelijk het vorige nummer.

118. 1786. Scholten ca Rattink.
Derk Scholten en zijn broeders en zusters vorderen van Herman Rattink uitbetaling van wat hij aan hun is verschuldigd ingevolge een overeenkomst betreffende de verdeling van de nalatenschap van Derk toe Lintelo.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.
N.B. Vergelijk het vorige nummer. De overeenkomst was gesloten ter beëindiging van het daar genoemde proces.

119. 1786-1791. Ter Halle ca Waanders.
Jan Harmen ter Halle pandt de roerende goederen van Hendrik Waanders om betaling van een wissel te verkrijgen.
Incompleet. Een incidenteel vonnis en het eindvonnis zijn bewaard.

120. 1787-1789. Ter Braak ca Ten Kotten.
De erfgenamen van Berend ter Braak panden de roerende en onroerende goederen van Johanna Gorkink, weduwe van Roelof ten Kotten en van Gerrit Bennink, benevens van haar zoon Jan ten Kotten om daarop een vordering uit geldlening te verhalen.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

121. 1787-1789. Wiedenbroek ca Scholte Kagelink.
Willem Hendrik Wiedenbroek legt arrest op de hoeve Kupers te Buurse, welke toebehoort aan Egbert Scholte Kagelink, om daarop een vordering uit Koop te verhalen.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.

122. 1788-1792. De hoogheid van Haaksbergen ca Bouwmeester.
De drost van Haaksbergen vordert oplegging van een boete van Arend Bouwmeester en zijn zoon Jan Wegens belediging en mishandeling van Jan Willem ter Hogt en enige van diens familieleden benevens het onbevoegd binnen dringen in de toren van Haaksbergen en het luiden van de klokken aldaar.
Incompleet. Twee incidentele vonnissen zijn bewaard.

123. 1789-1792. Elderink ca Ten Voorde.
Roelof Elderink op ’t Noordink pandt de roerende goederen van Jannes ten Voorde, echtgenoot van Janna Bouwmeester, weduwe van Berend Elderink, ten einde een som geld terug te krijgen, die hij als borg voor Berend Elderink heeft betaald aan Derk Scholten.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.

124. 1789-1792. Scholten ca Westendorp.
Derk Scholten pandt als cessionaris van Hendrik Oosterholt en Hermina ter Bekke de roerende goederen van Gerrit Westendorp om betaling te krijgen van een som geld, die Westendorp bij huwlijkse voorwaarden had beloofd aan de ouders van Hermina ter Bekke te zullen betalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

125. 1789-1793. De hoogheid van Haaksbergen ca Samuel.
De drost van Haaksbergen pandt de roerende goederen van de jood Joseph Samuel om daarop een boete te verhalen welke Samuel is opgelegd wegens een poging de ambtsdienaar van Haaksbergen om te kopen om een andere jood, Isaac Daniel, uit arrest te helpen ontsnappen.
Incompleet. Een incidenteel vonnis is bewaard.

126. 1789-1795. Scholten ca Van der Horst.
Derk Scholten vordert, als cessionaris van Berend Pellen en Berendina van der Horst, van Maria van der Horst, weduwe van Jan Harmen Bos, overlegging van een inventaris van de nalatenschap van Berendina’s en Maria’s moeder en schoonmoeder Geertruid, weduwe van Hendrik van der Horst, benevens medewerking aan de scheiding en deling van die nalatenschap.
Incompleet. Een incidenteel vonnis is bewaard.

127. 1790. Bastiaan ca Scholten.
S.G. Bastiaan pandt enige goederen van Derk Scholten om daarop een vordering wegens geleverde waren te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

128. 1790-1791. Hermsen ca de buren van Langelo.
Gerrit Jan Hermsen vordert, dat Hendrikus Aaftink, boerrichter van Langelo, de aanhouding en vasthouding van Hermsen’s paard en kar zal rechtvaardigen danwel die teruggeven.
Incompleet. Een incidenteel vonnis is bewaard.

129. 1790-1791. Levi ca Hannink.
Wolf Levi pandt enige goederen van Jan Hannink op Boonk om daarop een vordering wegens geleverde waren te vehalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.
N.B. Hierbij enige stukken in het Hebreeuws.

130. 1791-1794. Eysink ca Frisse.
Gerhard Eysink pandt de roerende goederen van Anton Frisse om daarop enige vorderingen wegens kostgeld en kleermakersloon te verhalen.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.

131. 1792-1793. Ten Hoopen ca Ter Vlierhaar.
Gerrit ten Hoopen op ’t Damme en zijn zuster Hendrika, echtgenote van Jan ten Bult, leggen arrest op drie schepel land op de Rietmolenmarkslag in de buurschap Brammelo, welke toebehoren aan de erfgenamen van Hendrik ter Vlierhaar te Neede, om daarop te verhalen wat hun overleden ouders Berend ten Hoopen en Aaltje Vlierhaar nog voor hun kinderlijk erfdeel van Hendrik ter Vlierhaar toekwam.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

132. 1792-1793. Scholten ca Zeleg en Abrahamsz.
Derk Scholten legt arrest op een bij compromissoriaal vonnis aan Salomon Zeleg en Casper Abrahamsz toegewezen vordering op hemzelf om daarop enige vorderingen wegens in loterijen gewonen gelden en geleverde waren te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

133. 1792-1793. Zeleg ca Scholten.
Salomon Zeleg, optredend voor zichzelf en als cessionaris van Caspar Abrahamsz, vordert executie van zijn door panding verkregen verwin op de roerende en onroerende goederen van Derk Scholten om daarop enige hem bij compromissoriaal vonnis toegewezen vorderingen wegens in loterijen verspeelde gelden te verhalen, dit in weerwil van een door Scholten op deze vorderingen gelegd arrest.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.
N.B. Bij de bijlagen bevinden zich ook enige stukken betreffende de in het vorige nummer vermelde arrestprocedure.

134. 1792-1794. De hoogheid van Haaksbergen ca Aaftink.
De drost van Haaksbergen vordert oplegging van een boete aan Hendrikus Aaftink, omdat hij als boerrichter van Langelo onrechtmatig en gewelddadig enige partijen turf en andere brandstoffen, welke toebehoorden aan de provinciale meier Gerrit Harink of ter Haar te Brummelo, heeft laten vernietigen en weghalen, hoewel het erf Ter Haar al sedert onheugelijke tijden gerechtigd is tot het steken van turf in buurschap Langelo.
Incompleet. Alleen het vonnis is bewaard.

135. 1794. Te Lintelo ca Ter Bogt.
Lammert te Lintelo vordert van Lammert ter Bogt eerherstel en schadevergoeding wegens belediging en mishandeling.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

136. 1794-1797. Lasonder ca Scholten.
Gerrit Lasonder en zijn echtgenote Judith Lasonder panden naar athmaalsrecht het boerderijtje de Heetpas, gelegen in de buurschap Holthuizen en toebehorende aan Derk Scholten en zijn echtgenote Femme Maria van Heek, om daarop een vordering uit geldlening te verhalen.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

137. 1795. Bos ca Waanders.
De executeurs van de nalatenschap van Hendrik Jan Bos panden de roerende goederen van Hendrik Waanders om daarop enige achterstallige pachten van de turftol te Haaksbergen te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

138. 1796. Belshof ca Oostendorp.
Gerrit Belshof pandt de roerende goederen van Hendrik Oostendorp om daarop een vordering wegens wanprestatie te verhalen.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.

139. 1796. Grobbinki en te Lintelo ca Elders.
Jannes Grobbink en Egbert te Lintelo leggen arrest op een vordering van Jan Hendrik Elders uit de buurschap Graes bij Wessum in het bisdom Munster op Jacob Doorenbos te Haaksbergen om daarop te verhalen wat Elders aan eisers als hun vennoot is verschuldigd.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

140. 1796. Janson ca Wylens.
Jan Thias Janson vordert van Es Grete, weduwe van Jannes Wylens, voldoening van enige vorderingen wegens geleverde waren.
Compleet. Ook het vonnis is bewaard.

141. 1796. Leppink ca Oostendorp.
De erfgenamen van Hendrik Leppink panden de roerende goederen van Hendrik Oostendorp om daarop een vordering wegens geleverde waren te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

142. 1796-1797. Scholten ca Nijhuis.
Jan Hendrik Scholten en zijn broeders panden de roerende en onroerende goederen van Jan Hendrik Nijhuis om daarop een vordering wegens achterstallige pacht te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

143. 1797-1799. Cost ca Scholten.
De erfgenamen van Johan, Wilhelmina en Lucretia Cost panden de roerende en onroerende goederen van Fenneke Maria van Heek, weduwe van Derk Scholten, en haar kinderen om daarop enige vorderingen uit geldlening te verhalen.
Incompleet. Twee incidentele vonnissen en het eindvonnis zijn bewaard.

144. 1797-1800. Vruwink ca Jasink.
Jan Vruwink pandt als cessionaris van Eva Jasink, weduwe van Steven Leferink, de roerende en onroerende goederen van haar broeder Antonie Jasink om daarop te verhalen wat Antonie nog aan haar voor haar bruidsschat verschuldigd is.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

145. 1797-1807. Tak ca Rattink.
Johanna Racer, weduwe Tak, te Amsterdam pandt de roerende en onroerende goederen van Herman Rattink en zijn kinderen om daarop een vordering uit geldlening te verhalen. Na toewijzing van haar eis vorderen haar erfgenamen nog vergoeding van proceskosten van de erfgenamen van Rattink.
Niet geheel compleet. De vonnissen in beide procedures zijn bewaard.

146. 1798-1799. Wildt ca Scholten.
Arnold Wildt pandt de roerende goederen van Fenneke Maria van Heek, weduwe van Derk Scholten, om daarop een vordering wegens geleverde waren te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

147. 1799. Het Bataafse Volk ca Bos.
De drost van Haaksbergen vordert oplegging van een boete aan Arend Bos wegens mishandeling van Gerrit Klein Boerman.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

148. 1799-1800. Demes ca Ter Braak.
Wolter Demes uit Stadtlohn pandt de roerende goederen van Gerrit ter Braak om daarop het bedrag van een door Ter Braak op een derde getrokken maar geprotesteerde wissel te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

149. 1799-1801. Jalink ca Hulshoff.
Aaltje ten Donkelaar, weduwe van Jan Hendrik Jalink, pandt enige goederen van Hendrik Hulshoff op ’t Riet om daarop het salaris te verhalen, dat haar man als Hulshoff’s advocaat in de voor het drostengericht Haaksbergen en Diepenheim gevoerde procedure Scholten ca Hulshoff heeft verdiend.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.
N.B. Vergelijk de nummers 26-27 van de inventaris van het archief van het voornoemde drostengericht.

150. 1800-1801. Eisink ca Janson.
Gerrit Eisink en zijn echtgenote Hendrika Wissink panden de roerende goederen van Jan Thias Janson, weduwnaar van Hendrika’s zuster Janna Wissink, om daarop te verhalen wat hun als legatarissen volgens het testament van hun tante Grietje Wissink, die Janson en zijn vrouw als universele erfgenamen had aangewezen, nog toekomt.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

151. 1801. Horstink ca Ten Korten.
Frans Horstink pandt de roerende en onroerende goederen van Jan ten Korten om daarop verschillende vorderingen, deels uit geldlening deels wegens geleverde waren, te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

152. 1801-1806. Van Diest ca Janson.
Abraham Hendrik van Diest vordert van Jan Thias Janson voldoening van verschillende schulden wegens de aankoop van goederen.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

153. 1801-1806. Jansink ca Ten Velthuis.
Anton Jansink pandt als erfgenaam van Stoffel Heideman de roerende en onroerende goederen van Berend ten Velthuis om daarop een vordering wegens geleverde koopwaar te verhalen.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.

154. 1802. Denekamp ca Scholten.
Harmen Denekamp pandt de roerende goederen van Femia Maria van Heek, weduwe van Derk Scholten, om daarop een vordering wegens geleverde waren te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

155. 1802. Lasonder ca Kuipers.
G. Lasonder Ezn. Pandt de roerende goederen van Jan Kuipers om daarop een vordering wegens geleverde waren te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

156. 1802. Slaghek ca Hummelink.
Egbertus en Johannes Slaghek arresteren A. Hummelink uit Groenlo in persoon om hem te dwingen tot betaling van enige vorderingen wegens geleverde waren.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

157. 1802-1803. Simmelink ca Scholten.
Gerrit Simmelink te Eibergen vordert van Femia Maria van Heek, weduwe van Derk Scholten, betaling van enige schulden wegens de aankoop van goederen.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

158. 1802-1805. Dorenbos ca Eller.
Jacob Dorenbos arresteert Jacob Hendrik Eller, woonachtig in het kerspel Graes in Munsterland, in persoon om hem te dwingen tot afdracht van enige gelden, die hij van een derde ten behoeve van eiser heeft ontvangen.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.

159. 1802-1806. Janson ca Ter Pelle.
Jan Thias Janson pandt de roerende goederen van Arend ter Pelle om daarop verschillende vorderingen wegens geleverde waren en arbeidsloon te verhalen.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

160. 1802-1807. Het Bataafse Volk ca Ter Braak.
De drost van Haaksbergen vordert oplegging van een boete aan Gerrit ter Braak wegens een misdrijf, waarvan de aard niet blijkt.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.
N.B. Bij de bijlagen een afschrift van een vonnis door het landgericht Kedingen gewezen in de zaak Het Bataafse Volk ca Wevers.

161. 1803. Slaghek ca Kraayfanger.
Johannes Slaghek arresteert H. Kraayfanger, zich noemende J.H. Kraayfanger, uit Groenlo in persoon om hem te dwingen tot betaling van een vordering wegens geleverde waren.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

162. 1803-1804. Scholte van de Mast ca Haarmolle.
Theodorus Scholte van de mast uit de buurschap Grote Mast in het Kerspel Vreden in Munsterland, optredend voor zichzelf en voor zijn echtgenote Geertruida Haarmolle, vordert van de kinderen van wijlen Herman Haarmolle opheffing van het arrest, dat zij hebben gelegd op enige vorderingen van Scholte en zijn vrouw op derden.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

163. 1803-1804.Teutelink ca Rattink.
De minderjarige dochter van Jan Teutelink pandt de roerende en onroerende goederen van Cornelia Hendrika Rattink, thans echtgenote van Arend Jan Stokkers, om daarop een vordering uit geldlening te verhalen.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.

164. 1803-1806. Ledeboer ca Rouwhoff.
J.A. Ledeboer te Zwolle arresteert Jan Rouwhoff uit Neede in persoon om hem te dwingen tot betaling van enige schulden uit koop.
Niet geheel compleet. Een incidenteel vonnis en het eindvonnis zijn bewaard.

165. 1803-1806. Zweers ca Rouwhoff.
Derk Jan Zweers uit Zwolle arresteert Jan Rouwhoff uit Neede in persoon om hem te dwingen tot betaling van een schuld uit koop.
Niet geheel compleet. Een incidenteel vonnis en het eindvonnis zijn bewaard.

166. 1804. Hegeman ca Smit.
Hendrik Hegeman op Groot Hilderink vordert van Herman Geerling Smit voldoening van de koopsom van een stuk veengrond.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

167. 1804. Meyers ca Bikmulder.
Otto Meyers pandt de roerende en onroerende goederen van Berend Bikmulder en zijn echtgenote Aaltje te Lintelo om daarop een vordering uit geldlening te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

168. 1804. Weenderman ca Mensink.
Hermannus Weenderman uit Bentelo in het gericht Delden pandt de roerende goederen van Jan Hendrik Mensink om daarop een vordering wegens geleverde waren te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

169. 1804-1807. Wolterink ca Meyerink.
Johannes Gerhardus Wolterink pandt de roerende goederen van Engbert Meyerink alias Kok op de Honesch om daarop de koopsom van een stuk veengrond te verhalen.
Compleet. Ook het vonnis is bewaard.

170. 1804-1808. Janson ca Meyerink.
Jan Thias Janson eist van Jannes Meerink voldoening van een vordering uit geldlening.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

171. 1804-1810. Het Bataafse Volk ca Rouwenhorst.
De drost van Haaksbergen vordert oplegging van een boete aan Johannes Rouwenhorst wegens mishandeling van Derk ten Wegdam.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

172. 1805. Izaak ca Leppink.
Levi en Simon Izaak vorderen van Egbert Leppink betaling van enige vorderingen wegens geleverde waren.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

173. 1805. Teutelink ca Ten Broeke.
Gerrit Teutelink pandt de roerende goederen van Gerrit ten Broeke om daarop de achterstallige pachten van het Weustenplaatsje te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

174. 1805-1807. Bos ca Oosterveld.
Gerhard Bos op Ernstink en zijn zuster Christina panden de roerende goederen van Harmen Oosterveld om daarop een vordering wegens geleverde waren te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

175. 1806. Mulert ca Ter Hogt.
Charlotte Wilhelmina van Pallandt tot Oosterveen, baronesse Mulert, vrouwe van Odink, Bakkenhagen, Hengelo etc., optredend voor zichzelf en als boedelhoudster van haar overleden echtgenoot Coenraad Jan baron Mulert, vordert van Christiaan ter Hogt betaling van een deel van de koopsom van een partij hout, die door haar in 1805 op het erf Lankheet is geveild.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

176. 1806. Mulert ca Ter Hogt.
Dezelfde dient een gelijksoortige eis in tegen Gerrit Jan ter Hogt.
Incompleet Er is geen vonnis bewaard.

177. 1806. Teutelink ca Ten Thye.
Gerrit Teutelink pandt de roerende en onroerende goederen van Berend ten Thye om daarop het restant van de koopsom van het plaatsje Klein Gakink te verhalen.

178. 1806. Urias ca Abrahams.
Salomon Urias vordert van Isaak Abrahams schadevergoeding wegens wanprestatie bij de levering van een partij huiden.
Incompleet. Het vonnis is bewaard.

179. 1806-1807. Boekman en Ten Poll ca Resink.
Gerrit Boekman en Berend ten Poll panden de roerende goederen van Theodorus Resink om daarop de achterstallige pacht van de korenmolen te Haaksbergen te verhalen.
Incompleet Er is geen vonnis bewaard.

180. 1806-1807. Ten Poll ca Janson.
Berend ten Poll pandt de roerende en onroerende goederen van Jan Thias Janson om daarop verschillende vorderingen wegens geleverde rechtskundige bijstand te verhalen.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

181. 1806-1807. Westendorp ca Bosch.
Jan Westendorp vordert van Jacob Bosch vergoeding van een gedeelte van de schade, die zijn overleden vader Gerrit Westendorp in 1796 heeft geleden door het verlies van een door de Fransen gevorderd paard op grond van een door de gezamelijke buren van Buurse in 1795 onderling gesloten overeenkomst om tesamen de schade van het overlijden of verlies van voor militaire diensten gevorderde paarden te dragen.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

182. 1807. Blijdenstein ca Janson.
Benjamin Blijdenstein pandt de onroerende goederen van Jan Thias Janson en wel speciaal het huis en weer in de Blankenborch om daarop de achterstallige rente van een schuldvordering te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

183. 1807. Olthaar ca Ter Braak.
Hendrik Olthaar uit Deventer vordert van Gerrit ter Braak betaling van enige schulden uit koop.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

184. 1807. Oosterveld ca Ter Heegde.
Harmen Oosterveld vordert voortzetting te zijnen behoeve van de executie van de roerende goederen van Gerrit Dorenbos, tegen welke executie Gerrit ter Heegde zich heeft verzet, omdat zich onder die goederen ook aan hem toebehorende gelden zouden bevinden.
Niet geheel compleet. Het vonnis is bewaard.

185. 1808. Het Koningrijk Holland ca Bos.
De kwartierdrost van Almelo vordert oplegging van een boete aan Gerrit Bos wegens mishandeling van Jan Hendrik Lansink.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

186. 1808-1810. Hartgerink ca Oostendorp.
Hendrika Mulder uit Enschede, weduwe van Antonie Hartgerink, pandt de roerende goederen van de weduwe van Hendrik Oostendorp om daarop een vordering wegens geleverde waren te verhalen.
Incompleet. Een incidenteel vonnis is bewaard.

187. 1809. Lubbers ca Dorenbos.
Lucas Lubbers uit Enter pandt de roerende goederen van Gerrit Dorenbos om daarop een som geld te verhalen, die hij als borg voor Dorenbos heeft betaald aan de erfgenamen van Hendrik Keyzer te Enter.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

188. 1809-1810. Hanterman ca Heiman en Mozes.
Abraham Hanterman uit Almelo vordert van Mozes Heiman en diens dochter Belia Mozes betaling van een schuld uit koop.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

189. 1809-1811. Salomon ca Mulder.
Mozes Salomon , optredend voor zichzelf en voor A.J.C. douairière van Pappenheim, geboren van Munchhausen, pandt de roerende goederen van Jan Mulder om daarop de achterstallige pacht van de watermolen te Oele, gelegen in het landgericht Delden, te verhalen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

190. 1810. Mozes ca Fischer en Daber.
Belia Mozes verzet zich tegen de executoriale verkoop door de kooplieden Fischer en Daber uit Dortmund van de goederen van haar vader Mozes Heiman, omdat deze laatste zijn goederen in 1803 aan haar zou hebben overgedragen.
Incompleet. Er is geen vonnis bewaard.

D. Bijzondere aan het gericht opgedragen zaken

191. Register van aangiften van de 50ste penning van verkopingen en collaterale successiën, 1722-1805.
1 deel.
N.B. Ridderschap en Steden hadden bij hun publicatie van 27 maart 1722 aan magistraten, schouten en richters het bijhouden van dergelijke registers opgedragen.