Zwolle; groot
Een woord in het belang van Europa, 1830
De succesvolle student Thorbecke werd na een studiereis door Duitsland in 1825 hoogleraar aan de door koning Willem I gestichte universiteit van Gent. Thorbecke was een groot voorstander van de vereniging met België. Hij zag er een mogelijkheid in om aan het verval van de staat in de achttiende eeuw een einde te maken. Toen de Belgen zich in 1830 wilden afscheiden reageerde Thorbecke onmiddellijk met een aantal geschriften [Een woord in het belang van Europa]. Een toekomst zonder België zag hij somber in. Met België kreeg de binnenlandse economie immers een belangrijke impuls. Vanaf dat moment werd hij ook politiek actief. Nederland en vooral Amsterdam teerde nog teveel op het verleden, het land moest zich politiek en economisch aanpassen aan de moderne tijd.

Fragment I uit : Een woord in het belang van Europa; bij het voorstel der scheiding tusschen België en Holland / J.R. Thorbecke. - Leiden, 1830. - p. 23, 24:

Holland voedde den handel door den handel en met de kapitalen in den
          handel gewonnen. Sedert echter zoovele andere Natien begonnen zijn om
          hetgeen weleer Holland ter hare dienst verrigtte voor zich zelve te doen; 
          sedert het onmiddellijk verkeer, waarin de meeste volken tot elkander 
          zijn getreden; sedert de alleenheerschappij van Groot-Britanje in 
          de beide Indien; onderstelde de heropening van Nederland's 
          handelverbintenissen, als eerste voorwaarde eene aanmerkelijke uitzetting 
          van hetgeen Nederland ten behoeve van vreemden in zijn eigen schoot teelde, 
          en van hetgeen Nederland wederkeerig tot eigen verbruik van vreemden 
          behoefde. Hiertoe strekt die aanwas van grondgebied en bevolking, van 
          natuurlijken rijkdom, van nijvere krachten en binnenlandsch vertier welke 
          in de vereeniging van België met Holland is daargesteld.