INLEIDING

[Een verwijst naar de woordenlijst waar de begrippen nader worden toegelicht]

Van revolutie naar rusthuis.
De drie steden Kampen, Zutphen en Zwolle tussen 1780 en 1830.

Revolutie en reactie 1780-1795
De patriottentijd begon in de Oostelijke gewesten van de Verenigde Republiek. Het anonieme pamflet Aan het volk van Nederland uit 1781 van Joan Derk van der Capellen tot den Pol heeft grote invloed gehad op de democratische ontwikkelingen van de burgerij. De burgers kwamen in deze gewesten in verzet tegen de stadhouder Willem V en de van hem afhankelijke regenten. Hun grootste bezwaar tegen Willem V was, dat hij via de zogenaamde regeringsreglementen de volledige macht over de benoeming van de regenten had. Dit was in strijd met oude privileges. De bijzondere positie van de meente in de steden van Overijssel en Gelderland werd erdoor uitgehold. De meente was een vanouds belangrijk democratisch college dat de burgers medezeggenschap in het stadsbestuur gaf. De meente keurde onder andere belastingen goed of af en was bevoegd de regenten te kiezen.

Het verloop van de strijd tussen orangisten en patriotten verschilde in iedere stad. De politieke methoden waren overal gelijk. Ze lieten kranten en pamfletten drukken, dienden rekesten in, kwamen bijeen in sociëteiten en genootschappen, en bewapenden zich in burgermilitie. Talrijke personen kregen de mogelijkheid hun stem te laten horen.

In de patriottentijd groeide voor het eerst op grote schaal het besef in een gemeenschappelijk vaderland te leven in plaats van alleen in eigen stad of gewest. Dit gemeenschapsgevoel werd bevorderd door nationale bijeenkomsten en de oprichting van nationale verenigingen zoals de Oeconomische Tak van de Maatschappij van Wetenschappen [sociëteiten , Rhijnvis Feith] en de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen [Jan ter Pelkwijk]. In alle belangrijke steden werden min of meer verlichte burgers lid van de plaatselijke afdeling van zo'n club.
Na het mislukken van de patriottenopstand in 1787 hield de stedelijke overheid deze verenigingen soms nauwlettend in de gaten. Van politieke acties kon geen sprake meer zijn. De politieke en economische toestand van de Republiek stagneerde nu volkomen.


Bataafs-Franse tijd 1795-1813
De nationale eenheid overwon in deze periode tenslotte ten koste van de totale zelfstandigheid. Voor de burgers was de belangrijkste gebeurtenis dat er in de Bataafse tijd een einde kwam aan de autonome positie van de
steden [centraal bestuur ]. Van de in 1795 uit Frankrijk geïmporteerde trits gelijkheid, vrijheid en broederschap [kranten en pamfletten , Zwolsche Courant] kwam na een roerige beginperiode niet veel meer terecht.
Met de centralisatie van bestuur werd in de eerste Nederlandse grondwet van 1798 een begin gemaakt. In dat jaar kregen alle steden in Nederland een uniforme inrichting die maar weinig ruimte liet voor burgerlijke inspraak. Wat aan nationale eenheid werd gewonnen, werd aan plaatselijke democratische instellingen verloren. Voorbeeld van de vele veranderingen die plaatsvonden zijn de vrijheid op politiek en religieus gebied in Kampen, Zutphen en Zwolle en gedeeltelijke gelijkberechtiging van onder meer katholieken en joden.
Het was niet meer in de stadhuizen van Kampen, Zwolle en Zutphen waar stedelijk politiek bedreven werd maar in Den Haag [centraal bestuur ]. De steden werden gelijkvormige gemeentes met alleen nog administratieve bevoegdheden.
De stedelijke autonomie bleek echter steeds taaier dan de radicale bestuurders in Den Haag zouden willen. Pas toen Nederland in 1810 bij het Franse Keizerrijk werd ingelijfd konden veel plannen worden doorgevoerd. Toen waren de burgers echter al helemaal op de Fransen uitgekeken. De handel was rampzalig teruggelopen, de schulden liepen op en iedereen probeerde onder de dienstplicht in het Franse leger uit te komen.
De komst van de Kozakken en Pruisen in 1813 maakte een definitief einde aan het Franse bewind.


Restauratie 1813-1830
In de tijd van koning Willem I [J.R. Thorbecke, H.C.A.Thieme] is er dan ook geen sprake meer van enig revolutionair vuur. Na twintig jaar steeds wisselende staatsinrichtingen wilden de meeste Nederlanders vooral politieke rust. De eens zo politieke sociëteiten verzetten de bakens en streefden naar verzoening tussen orangisten en patriotten, naar gezelligheid en ontspanning. Vriend en vijand sloot de rijen onder het paternalistische bewind van de nieuwe koning. Een historicus heeft de politieke situatie ooit beschreven als het rusthuis van Willem I.
Dat laatste betekent overigens niet dat de koning en zijn ministers een rustige periode beleefden. De koninklijke kabinetten van Willem I waren hard aan het werk om de eenwording met België vorm te geven. Economie en infrastuctuur hadden de volle aandacht. Het Verenigd Koninkrijk kon misschien een ommekeer brengen in het tragische lot van de ooit zo machtige Republiek. De Belgische revolutie van juli 1830 maakte ook aan die illusie een einde.